×

Artikel

18 mei 2020

The Ex

Naar Ethiopië in het spoor van The Ex (deel 1)

Geschreven door: Guy Peters

Label: Ex Records

Of ik geen zin had om ook eens mee te gaan naar Ethiopië, dat land waar we het al zo vaak over hadden? Ja natuurlijk, maar hoe zit dat dan? Geen zorgen over maken, dat komt wel goed. Een jaar later zit ik met Terrie Hessels, zijn vrouw Emma, dochter Lena en B., een vriendin van Lena, op het vliegtuig naar Istanboel, en van daaruit naar Addis Abeba. The Ex heeft er net een paar avonden met Ethiopische dansers en muzikanten op zitten in Frankrijk, België en Nederland, maar dit wordt vakantie. Een onderdompeling in een stukje Ethiopië, doorkruist met wat plekken, gewoontes en onderwerpen die de voorbije twee decennia deel zijn gaan uitmaken van het Ex-universum.

Fendika

Landing in Addis, iets na middernacht. Eerst even aanschuiven voor een toeristenvisum, en daarna spoorslags – nou ja, de befaamde blauwe taxi’s zijn soms een béétje gammel – naar de Fendika, de azmari bet van danser, ondernemer en cultureel icoon Melaku Belay, dat zich nu profileert, zo vertellen de fiere blokletters boven de ingang alleszins, als cultureel centrum. Veel azmari bets – clubs waar je authentieke Ethiopische muziek, dans en bijhorende vertelkunst kan horen – zijn verdwenen, maar Belay werpt zich op als bewaarder en ambassadeur van de Ethiopische cultuur. Onder zijn hoede is Fendika niet enkel een dans- en muziekgroep, maar ook een moderne onderneming die een dertigtal mensen tewerkstelt, met als missie om de Ethiopische cultuur te bewaren, te innoveren en uit te dragen. Een van de manieren om dat te bereiken is even simpel als revolutionair: Belays werknemers krijgen een maandloon en niet enkel fooien, wat vroeger het geval was. Avonden met traditionele muziek worden er afgewisseld met modernere Ethio-jazz, die vooral in het weekend opvallend veel Westerlingen, velen van hen in dienst bij ambassades, aantrekt.

Het is al laat als we binnenkomen in de befaamde club, maar de plek gonst nog van activiteit. Doorheen Fendika staan lage stoelen en banken opgesteld, de zachte lichtjes kleuren vooral rood en meteen valt me op dat alle muren gesierd worden met foto’s en posters, vaak van Belay in mid-performance, maar ik herken ook Getatchew Mekuria, Terrie en andere Ex-leden. Wie The Ex al even volgt kent het belang van dit Afrikaanse land voor de muziek van de band, maar snel wordt me ook duidelijk dat de Nederlanders op hun beurt ook hun sporen hebben nagelaten in Addis en daarbuiten. We worden enorm warm onthaald, krijgen meteen een glas tej (een zelfgebrouwen honingwijn, verwant aan de traditionele mede) aangereikt, en even later volgt een XL-schotel met injera (de gegiste, lichtjes zure pannenkoeken die het hart van de Ethiopische keuken vormen) en stomende shiro, een stoofpotje op basis van gemalen kikkererwten en kruiden. Smaken die ons twee weken zullen vergezellen en me niet snel zullen loslaten.

Zang en dans

Maar Fendika draait natuurlijk om muziek en dans, en die krijg je er gepresenteerd in uitgepuurde vorm. Doorgaans zie je er twee of drie muzikanten aan het werk: een zangeres, een masinko-speler  die soms ook fungeert als zanger, en optioneel ook een percussionist (die speelt de kobero, een soort van drumkit zonder cimbalen). De oorspronkelijke azmaris waren een soort van rondreizende troubadours. Niet enkel muzikanten, maar ook verhalenvertellers, al dan niet in opdracht, met kleurrijke uitweidingen over cultuur, geschiedenis en politiek, vol dubbele bodems, maar vaak ook met nauwelijks verdoken maatschappijkritiek. Folklore, informatieverspreiding, entertainment en misschien zelfs een beetje revolte bij elkaar. Snel maak ik ook kennis met de plagerige humor van de azmaris, want ze stellen vragen aan de gasten en nemen er vervolgens een loopje mee, vertellen met zo’n sappige intonatie en gelaatsuitdrukkingen dat de club snel volledig ingepalmd wordt door gulle schaterbuien. 

Just another night at Fendika

Na een paar avonden (want je kan het onmogelijk bij een eenmalig bezoek houden) heeft een zingende masinkospeler opgevangen dat Terrie, “the greeeeaaaaaat musician from Holland”, extra volk heeft meegebracht. Hij heeft het, in het Engels, over een “famous journalist from Belgium” (doen alsof je neus bloedt), maar gaat dan verder in het Amhaars. De locals hangen aan z’n lippen, werpen me af en toe een steelse blik toe en… exploderen plots allemaal in een hysterisch lachbui met dijengeklets. Ik word helemaal uitgekleed in het Amhaars, en ben even dankbaar voor het rode licht, maar het levert me ook schouderklopjes en een brede grijns op van iedereen rond me. Ik lach sportief mee, probeer duidelijk te maken dat ik het allemaal OK vind. 

Dat kan ook moeilijk anders, want ook al word je als buitenstaander wel wat aangestaard, er heerst een open, ontvankelijke sfeer. Misschien ook omdat iedereen weet dat ze nog wat voor je in petto hebben, want de zangeressen – steevast in prachtig versierde, witte gewaden met stemmen die je meteen bij de lurven grijpen -, die goed laten voelen dat zij het voor het zeggen hebben, doen hun ronde door de club en voor je het beseft hebben ze het op jou gemunt, staan ze voor je te schudden met de schouders en geven ze het teken dat blijven zitten echt geen optie is. Even aarzel ik. Ik ben helemaal geen danser, zéker niet in het openbaar, dus dat is een dilemma. Maar fuck it, niemand kent me hier, en er zijn geen camera’s te zien. Ik sta op en schud wat hoekig met m’n schouders, die helemaal vast lijken te zitten. Ik laat me niet kennen en blijf harkerig heen en weer zeulen tot de zangeres medelijden met me krijgt, me bedankt voor m’n poging en naar haar volgende slachtoffer gaat. Terrie vindt het helemaal te gek, en de andere gasten appreciëren duidelijk ook dat ik het probeerde. Ik zou de volgende avonden blijven proberen, met wisselend succes. Het was alleszins een onderdompeling die kon tellen, met de rauwe, hese stem van de eerste zangeres (ze deed wat denken aan Etenesh Wassie) die nog een paar dagen door m’n hoofd bleef spoken.

Baro 105

Addis & Getatchew

Midden in de nacht trekken we naar het Baro Hotel, de vaste uitvalsbasis van The Ex in Ethiopië, en een plaats waar ook wat muziek werd opgenomen, zoals het album Baro 101 van Mats Gustafsson en Paal Nilssen-Love met krarspeler Mesele Asmamaw. Het is een klein en eenvoudig, maar gezellig hotel, met een groene binnenplaats die een oase van rust is in de anders levendige wijk. Ik krijg kamer 105 toegewezen. Blijkbaar is het de favoriete kamer van Han Bennink, die er ook een paar keer verbleef. Wat goed is voor Han, is goed voor mij. Het wordt m’n thuis in Addis, de eerste Afrikaanse stad die ik bezoek en een plaats waar ik moeilijk greep op kan krijgen, maar waar ik me gewillig doorheen laat leiden. Deze reis had ik, eigenlijk voor het eerst, geheel niet voorbereid, omdat ik het wilde zien door de ogen van Terrie en de rest. Het wordt een overrompelende ervaring. En als er iets is dat me opvalt in minder positief opzicht, dan wel het gebrek aan ecologische verantwoordelijkheidszin. Het lijkt erop dat het land momenteel zoveel technologische vooruitgang door z’n strot geramd krijgt, dat er (nog) niet wordt stilgestaan bij de aanzienlijke milieuschade die wordt aangericht door de duizenden stinkende diesels in de stad en het plastic dat overal rondslingert. Er zijn duidelijk andere kwesties aan de orde. Maar goed, als Belg moet je natuurlijk ook niet te hoog van de toren blazen. Onlangs nog in Brussel geweest?

Fendika is de plaats waar we het meeste tijd doorbrengen, maar ik word door Terrie, Emma, Lena en B. ook op sleeptouw genomen door het onoverzichtelijke kluwen dat Addis Abeba is. De wijken die stilaan ingepalmd worden door nieuw- en hoogbouw mijden we. In plaats daarvan bezoeken we dagelijks de drukke Piazza-wijk, passeren we langs het Taitu Hotel, dat een cruciale rol speelde in het muziekleven van de stad, en brengen we een bezoek aan het Hager Fikir Theater. Het was hier dat The Ex in 2004 voor het eerst een ontmoeting had met saxofoonlegende Getatchew Mekuria, die ze leerden kennen via de Ethiopiques-reeks, en op dat ogenblik al meer dan dertig jaar geen muziek meer opgenomen had. De rondleiding van een lokale muzikant krijgen we er zo bij. Wat later bezoeken we ook de Alliance Française, dat jarenlang een belangrijke culturele hotspot was in de stad. De Alliance is in 2007 de eerste plaats waar Mekuria en The Ex samenspelen in Ethiopië. Op 18 oktober 2014 spelen ze er ook hun laatste concert samen. Mekuria, de fiere leeuw met zijn compleet eigen saxofoongeluid en XL-persoonlijkheid, overlijdt in 2016 en wordt een jaar later herdacht met een prachtig fotoboek, dat wordt uitgegeven via Terp Records.

Addis

Foodfoodfood

Denk aan The Ex, en je haalt je meteen die energieke concerten voor de geest, de geëngageerde spirit, de uitgestoken hand naar andere muzikale vrijdenkers, dat onverslijtbare motto ‘forward in all directions’. De rol die eten speelt mag ook niet onderschat worden. Voor The Ex, want eten verbindt, maar ook in Ethiopië. Ik ben een kind van de generatie die het land leerde kennen via de hongersnood van de jaren tachtig, waardoor je een beeld hebt van Ethiopië als één grote woestijn waarin iedereen voortdurend op zoek is naar eten. Ik kon er moeilijk verder naast zitten. De natuur is prachtig en immens divers, met een afwisseling van uitgestrekte hoogvlaktes, vruchtbare groene gebieden en berglandschappen, en het blijkt intussen een van de dichtstbevolkte landen van Afrika te zijn, met een enorm jonge en sterk groeiende bevolking. Het land is intussen de kaap van 100 miljoen inwoners al even gepasseerd. Behoorlijk wat, voor een oppervlakte die ongeveer gelijk is aan twee keer Spanje. Ethiopië is naar Belgische en Nederlandse normen dus gigantisch, maar dat is de bevolking ook. Zelfs tijdens onze roadtrip door een stuk van het platteland zal ik zelden of nooit een landschap zien zonder mensen erin.

Het is dan ook verschieten wanneer je ontdekt dat er een echte eetcultuur heerst, dat de maaltijd een sociaal gebeuren is dat je idealiter met zoveel mogelijk mensen samen beleeft. Ik sta te kijken van de grote variëteit die er aangeboden wordt (vaak in één en dezelfde maaltijd), alsook de grote liefde voor vlees en vis (vasten zonder vlees/vis, gebeurt twee dagen per week). Injera en shiro kende ik al. Snel leer ik ook kitfo, gored gored, tibs en de lokale kaas kennen. En berbere, de kruidenmix die bij zowat elke maaltijd gebruikt wordt en die ik na de reis ook mee naar huis zal nemen. De overvloed, zeker als we daarop getrakteerd worden bij de mensen thuis, heeft ongetwijfeld te maken met fierheid. De Ethiopiërs die ik ontmoette waren stuk voor stuk erg trots op hun land en cultuur (heeft het er iets mee te maken dat ze, op een korte bezetting door de Italianen na, nooit echt gekoloniseerd werden?), en deden er alles aan om hun gasten in de watten te leggen en te overstelpen met eten en drank. Maar een cultuur die er niet is, kan je natuurlijk ook niet veinzen. De meest uiteenlopende smaken en bereidingswijzen, van rauwe bereidingen tot pittige stoofpotjes, komen er bij elkaar.


Ze hadden me in Nederland ook al warm gemaakt voor de heerlijke juices, vooral dan de spris, een kloeke bokaal die tot de rand gevuld wordt met laagjes gepureerd fruit. Avocado, banaan, mango, ananas, papaya, het kan er allemaal in. Een vitaminebom en een volwaardige maaltijd in één. Je ontdekt na een paar dagen ook dat de klassieke gerechten overal net dat ietsje anders smaken, en dus wordt me ook snel duidelijk waarom The Ex zo’n hechte band heeft met de Ethiopische keuken én enkele eetplaatsen in Amsterdam (misschien word je een van de vele muzikanten of bekenden die via The Ex in Fenan belanden). Heel even denk ik zelfs een link te zien tussen het Ethiopische eten en de muziek van The Ex. Ingebeeld? 

In deel 2: een roadtrip naar Bahir Dar en meer muziek.