×

Interview

16 november 2020

Edwin Hofman vertelt over het boek Avonturiers van de Nederpop

Geschreven door: Leon Pouwels

Avonturiers van de Nederpop

Dat Avonturiers van de Nederpop een prachtig gedocumenteerd naslagwerk is mag ondertussen wel duidelijk zijn. Het hoort gewoon standaard in de kast van de vaderlandse muziekliefhebber te staan. Edwin Hofman belichtte voor zijn eenmansproject 26 belangrijke en veelzijdige muzikanten en kwam hiermee tot levendige portretten van bands als Nits, Bettie Serveert, Hallo Venray, De Kift, Johan, Claw Boys Claw, Moss, Daryll-Ann, Caesar en vele anderen. Het is nu tijd om deze eigenzinnige journalist van Written in Music zelf zijn verhaal te laten vertellen.

WiM: Edwin, jouw basis ligt deels bij de postpunkbeweging uit Nederland. Zelf ben je gitarist bij de band Fertile Reality. Is het hierdoor eenvoudiger om contact te leggen met de kopstukken uit die scene die zich begin jaren tachtig ontwikkelde?
Op zich maakt dat niet zoveel uit, maar toen ik vanuit persoonlijke interesse de special Postpunk in Nederland maakte, ben ik mij wel meer gaan verdiepen in de namen uit die scene. Als je dan met een boek bezig bent, ga je wel kijken wie er uit die postpunk-special interessant zijn om te spreken. Het liefst muzikanten die nog actief zijn, waarbij er niet teveel in het verleden wordt stilgestaan. Het geeft wel een voorsprong dat je minder research hoeft te doen en al aardig wat basiskennis hebt omdat je het landschap al een beetje in kaart hebt gebracht.

WiM: In alles ademt Avonturiers van de Nederpop het wederzijdse respect uit. Het boek leest hierdoor erg gemakkelijk weg. Voelen de muzikanten zich bij jou erg op hun gemak omdat je zelf muzikant bent, en bekend bent met dat wereldje?
Dat aspect heb ik niet zo belicht omdat muziek maken bij mij vooral hobbyisme is. Het feit dat ik voor Written in Music schrijf, en daardoor een aantal albums van ze gerecenseerd heb en de postpunk-special gedaan heb scheelde wel. Ik heb van geen van de gevraagde muzikanten enige twijfel of negativiteit gekregen. Iedereen was eigenlijk wel bereid om hieraan mee te werken. De sfeer was ontspannen. We zaten meestal in een café of thuis. Avonturiers van de Nederpop is vanuit persoonlijke interesse vrij postpunk- en indie-georiënteerd, maar er zijn genoeg namen voor hopelijk een ander deel waarbij ook meer andere genres aan bod kunnen komen.

WiM: Je hebt ervoor gekozen om de interviews niet in chronologische tijdsvolgorde te plaatsen. Heeft dit een achterliggende reden?
Ja, eigenlijk wel. Het is geen overzichtsboek of een geschiedschrijving maar een galerij van portretten. De afwisseling is bewust om onderscheid te maken tussen verschillende genres/stijlen en de lengtes van de interviews. Het was de bedoeling om er een persoonlijk verhaal van te maken en daarbij ook foto’s toe te voegen. De benadering moest zijn: interviews, in plaats van web research.

WiM: Waardoor raakte je geïnspireerd om je te richten op het maken van interviews en om deze te bundelen? Miste je bij andere interviews informatie waar jezelf wel benieuwd naar was?
Na heel veel muziek luisteren, kopen en maken en erover schrijven weet je ondertussen na 30-40 jaar wel wat er gepubliceerd is. Er zijn een hoop artikelen die hetzelfde soort vragen hebben en waarbij bands vooral ondergebracht worden bij genres of hun bekendste hits, denk aan bijvoorbeeld The Dutch, maar toch ook Claw Boys Claw, Nits of de Tröckener Kecks bijvoorbeeld. Bepaalde clichés komen vaak terug. Er zijn genoeg andere platen en nummers om de manier waarop bands worden beschreven aan te vullen. Verder was de postpunk special ‘onpersoonlijk’, ik had verder niemand gesproken. Dus nu leek het wel leuk om zoiets bijzonders te doen op basis van interviews en nieuwe invalshoeken op te zoeken. Ik heb de artiesten wel gevraagd de stukken na te lezen en te laten weten of ze het er mee eens zijn en of het allemaal klopt. Of dat ze het iets anders willen formuleren.

Claw Boys Claw

WiM: Is het een bewuste keuze geweest om rond 1980 te beginnen?
Ja, ik heb bewust gekozen om het af te bakenen, anders wordt het gelijk een erg groot aanbod. Als je nog verder in de tijd terug gaat kom je uit bij artiesten die niet meer actief zijn, en het feit dat het wel erg lang geleden is en dat die periode definitief voorbij is. Ook nu zijn er natuurlijk veel leuke nieuwere dingen gaande, maar ik wil toch wel artiesten spreken die al een stevig oeuvre hebben opgebouwd en wat te vertellen hebben.

WiM: Het is bijna 10 jaar geleden dat je voor Written in Music die prachtige uitgebreide Postpunk Nederland special gemaakt hebt. Zijn er in de nabije toekomst nog plannen om deze te herzien en tevens in boekvorm samen te brengen?
Ah, dat is een goed punt. Ik heb daar niet echt over nagedacht. Ik denk dat het als verzameling wel redelijk uniek is. Ik heb daar ook wel goede reacties op gehad. Het zou zo maar kunnen ooit, maar ik heb geen concrete plannen. Het heeft ook overlappingen met Avonturiers van de Nederpop, dus dan zou het inderdaad herzien en uitgebreid moeten worden. Voorlopig niet, wat mij betreft. Het staat er zo wel goed.

WiM: Zijn er artiesten die je door hun openheid aangenaam verrast hebben, dat je verhalen hoort die je niet achter ze gezocht had?
Het was hoe dan ook erg ontspannen. Als je de materie kent, helpt dat wel. Iedereen was heel open, sympathiek en vriendelijk, waardoor het een hele positieve ervaring was. Onderwerpen als muziek in de media en kuddegedrag worden niet vermeden, iemand als JB Meijers had daar wel het een en ander over te melden. Verder kom je er aan de hand van platen achter dat artiesten breder georiënteerd zijn, wat je dan weer niet altijd in de muziek terug hoort. Diepgaande, lange persoonlijke verhalen en echte ‘incrowd details‘ heb ik zoveel mogelijk vermeden, maar je gaat wel op zoek naar meer dan alleen oppervlakkigheid. Het moet wel wat toevoegen aan de standaard berichtgeving. De muzikanten zijn trots op wat ze gedaan hebben, en willen dat ook wel uitdragen. Over het algemeen zit het verhaal wel in hun hoofd. Het is te gemakkelijk om met  ruzie, sex, drugs en rock & roll te scoren, dus dat heb ik specifiek zoveel mogelijk vermeden, zonder dat het saai wordt.

WiM: De muzikanten geven een mooi inzicht in hoe de wijze van promoten aan het veranderen is. Eerst speelde hierin de radio en muziekbladen een grote rol. Later social media en programma’s als De Wereld Draait Door. Toch proef ik in de interviews de onvrede over hoe het product aan de man gebracht wordt. Die eerlijkheid siert de bands, omdat ze erg afhankelijk zijn van dit soort media. Heb je ooit getwijfeld om die openheid te vermelden?
Er speelt hoe dan ook een natuurlijk spanningsveld tussen artiesten en de media. In de media wordt over het algemeen niet veel lef vertoond, vaak gaat de interesse daar uit naar oud bekend werk. De artiest is anderzijds hoe dan ook afhankelijk van de aandacht. Voorheen speelden goede recensies in popbladen hierin een grote rol.

Bands moeten zich nu in de picture spelen met televisie en optredens, wat in dit jaar natuurlijk dramatisch is. Normaal komt die aandacht er wel met clubtours. Vooral televisie trekt veel publiek, je kunt in een keer meer dan een miljoen mensen bereiken. De artiesten hebben zeker hierin een dubbel gevoel. Het aanbod van interessante nationale muziekprogramma’s op televisie is minimaal, Het Uur Van De Wolf zendt nog wel eens een boeiende eigen productie uit, maar er wordt toch ook heel veel geïmporteerd. Hierdoor creëer je ook een klimaat waarbij mensen het nog amper verwachten. Televisie is tegenwoordig minder belangrijk, maar belangrijk genoeg om minimaal een, twee van dit soort programma’s op prime time wekelijks uit te zenden.

WiM: De release van Avonturiers van de Nederpop valt samen met de corona-crisis. Hoe zijn de reacties van de muzikanten op de extra aandacht die ze juist nu van jou krijgen?
De meeste bands hebben het boek wel gedeeld op social media. Dat is toch wel het circuit waar de meeste potentiële lezers zitten. Sommigen zijn juist in deze tijd de studio ingedoken om nieuwe opnames te maken om die in de toekomst te presenteren. Met het laatst verschenen werk is er soms namelijk amper of veel minder getoerd, wat wel vrij zwaar voor de muzikanten is, denk aan De Kift en de Nits. De muzikanten geven wel aan dat ze het erg leuk vinden dat er nu eens andere kanten van hen belicht worden. Het merendeel is aangenaam verrast. Ze zijn natuurlijk bekend met de pers, maar om jezelf in een boek terug te zien is wel verrassend.

WiM: Je schrijft heel beeldend; echt vanuit de artiest. Het is bijzonder hoe je jouw rol hierin zo beperkt mogelijk houdt. De opzet is vooral gericht om de bands zelf het verhaal te laten vertellen. Is het niet lastig om je zo objectief mogelijk op te stellen en je eigen mening buiten beschouwing te houden?
Misschien komt dat wel omdat we allemaal op dezelfde manier over muziek denken en wat er verteld werd ook wel aansluit op wat ik wilde horen. Het is leuk om het artistieke aspect naar voren te laten komen; hoe maak je iets of wat is een invloed daarin geweest? Mensen als Wouter Planteijdt of Robert Jan Stips hebben daar veel over te vertellen. Ik vind het belangrijk om de mening van de muzikanten over het muzieklandschap, de media en de podia te benoemen, daar komt wel een eerlijk kritisch beeld uit. De zaaltjes worden steeds professioneler met goed geluid en belichting. Het is allemaal heel mooi in balans, er is kritiek, maar er is ook dankbaarheid. De veranderingen door streaming geven veel mogelijkheden om je te laten zien, maar het levert financieel weinig op.

WiM: De scene in Nederland is vrij groot. Zijn er plannen voor een vervolg en hebben andere muzikanten zich al bij jou gemeld?
Dat niet, maar het boek kan wel helpen om eventueel een streepje voor te hebben. Ik ben er nog niet voor gaan zitten om een lijst te maken met nieuwe namen voor een eventueel vervolg. Je moet het dan toch met criteria afbakenen. Als het allemaal te jong en te nieuw is, komen er waarschijnlijk te weinig nieuwe potentiële lezers bij. Met te oud loop je het risico dat het teveel retro-cultuur wordt. De scene was en is in ieder geval groot genoeg voor een nieuw deel.

Verder wil ik nog benadrukken dat de uitgeverij De Kleine Uil heel gemakkelijk was en mij alle vrijheid gegeven heeft. Ze zijn er vrij open ingestapt maar hebben er op professionele wijze invulling aan gegeven. Bij een grotere uitgeverij zou dat moeilijker zijn geweest, ook omdat het boek meer in een bundelvorm is opgezet en niet als bijvoorbeeld biografie, waardoor het lastiger is om het op de markt te brengen. Ik heb wel enigszins research gedaan door andere muziekbundels te kopen, maar heb hier bewust mijn eigen draai aangegeven. De keuze was ook om artiesten niet allemaal dezelfde vragen te stellen, want dan vervlakt na een paar interviews de aandacht teveel. Over het algemeen gebeurt het nog te vaak dat de Nederlandse alternatieve scene voorbijgelopen wordt en men vooral kijkt naar wat van verder weg komt. Het draait in het boek dan ook om de muzikanten die best wel extra aandacht kunnen gebruiken. Er gebeurt genoeg in Nederland.

WiM: Dat laatste vat het mooi samen. Juist omdat er zoveel in Nederland gaande is, is Avonturiers van de Nederpop hier een mooie indrukwekkende verslaglegging van.