×

Concert

06 november 2022

Van oude helden en muziek die blijft (The Afghan Whigs en Dinosaur Jr.)

Geschreven door: Marten Leurdijk

Verslagen van de concerten van Dinosaur Jr. in de Q-Factory (28 oktober 2022) en The Afghan Whigs in Paradiso (1 november 2022)

De gedachten gaan ruim dertig jaar terug, naar mijn studententijd, waarin ik na thuiskomst van college of een tentamen vaak meteen een plaat of cd opzette, niet zelden van Sonic Youth of Dinosaur Jr., om even heerlijk te verdwijnen in de gitaarherrie, al dan niet zelf met de luchtgitaar. Meezingen was er dan niet echt bij, al nodigt de lijzige zang van J Mascis daar wel toe uit, zeker als de scheurende gitaren overgaan in de melodieuze refreinen. Maar het bleef bij af en toe een zinnetje en wat gemurmel, deed ook maar heel af en toe moeite om erachter te komen wat er precies werd gezongen. Maar wat moet je ook met zinnen als A rabbit falls away from me, I guess I’ll crawl. Waar gáát dit over? Ik heb het me geloof ik nooit eerder afgevraagd. Nu kan ik het googelen, maar daar word je ook niet veel wijzer van. En dan nog: ‘Actually guys, Lou Barlow, Dinosaur’s bassist, told us that there are “no rabbits” in this song. The correct lines are “I grab, it falls…“‘ Dan houden we het maar hierbij: ‘I remember I played this album for my friends and when this song came on they said, “Ugh, it justs sounds like noise,” and I said, “I know, isn’t it great?”‘ Met als uitsmijter: ‘Who CARES man?! This song freakin’ RULES!’

Precies dit dus, het gaat er in eerste instantie om wat de muziek bij je teweegbracht én nog steeds brengt. Kippenvel bijvoorbeeld, als Bill Janovitz van Buffalo Tom, ook één van die gitaarbands uit die periode, op een warme zomeravond in Leuven Summer inzet (“Summer’s gone, a summer song, you’ve wasted every day…”). En ook kippenvel bij Mark Dijkhuis (bron: Twitter), in de te warme Q-Factory, bij de uitvoering van Little Fury Things, waar bovenstaande lyric uit komt. En zijn gedachten gingen ook dertig jaar terug in de tijd, naar Vera en de platenzaak in Groningen, waar hij ongetwijfeld ook platen van Hüsker Dü, Pixies, The Smashing Pumpkins en The Lemonheads in zijn handen heeft gehad. Over dit soort bands had ik het met een mede-concertbezoeker en wees ondertussen op het T-shirt voor ons, met Mudhoney erop, óók net in het land geweest. We waren in afwachting van het concert van Dinosaur Jr. en hij had net de documentaire over deze band gezien, waarin alle gebruikelijke strubbelingen de revue waren gepasseerd. Maar zeker een aanrader.

En ik begon over The Afghan Whigs, die ik van de zomer al in het Openluchttheater De Goffert in Nijmegen had zien spelen, maar die de dinsdag erop ook nog Paradiso zouden aandoen. Dat was op 1 november, de dag dat de zomer Nederland definitief had verlaten, iets waar we dertig jaar geleden niet over hadden kunnen dromen, euh, ik bedoel, toen al op hadden moeten anticiperen. En origineel waar: een paar uur nadat ik deze zin had opgeschreven las ik een interview met Greta Thunberg, waarin ze zegt dat de klimaatcrisis het belangrijkste verhaal ter wereld is, een verhaal dat overal verteld moet worden. Dus dan ook in muziekrecensies. Bij deze. En een dag later werd een concert in het Concertgebouw verstoord door een klimaatactivist, waarna hij niet bepaald zachtzinnig werd afgevoerd.

Maar terug naar deze Amerikaanse bands: wat kregen zij van de (veelal mannelijke) vijftigers een warm welkom, als oude vrienden die we meteen weer in onze armen sloten. Zelf doen ze ook hun best om het vuur brandend te houden, met wereldtournees en zelfs met nieuw materiaal, dat bij vlagen hun beste werk benadert. Dat geldt zeker voor The Afghan Whigs. Of zoals hun voorprogramma Ed Harcourt ze aankondigde: ‘These Gentlemen, The Afghan fucking Whigs.’ Via de sociale media konden we hun optredens helemaal volgen, horen hoe geweldig het was en lezen dat ze zelfs nog wat nieuwe fans erbij hadden gekregen. En hun voorman Greg Dulli zat zelfs na deze maandenlange tournee nog vol energie en straalde plezier uit. Hij refereerde tijdens het optreden ook nog aan bijna dertig jaar geleden, toen ze in hetzelfde Paradiso triomfen vierden met hun album Gentlemen. Hun intense, gepassioneerde en donkere, soulvolle gitaarrock, waar ik toentertijd als DJ echt verliefd op werd (met als favoriete dansnummer What Jail Is Like, dat deze avond ook de revue passeerde, en de perfect laatste plaat Milez Is Dead), heeft ook nog niks aan kracht verloren en werd misschien wel strakker gespeeld dan ooit.

Dat werd meteen duidelijk bij de eerste twee geweldige nummers van hun laatste plaat, het stemmige Jyja en de knaller I’ll make you see God. En Dulli hield er heerlijk de vaart in. Tijdens het outro van het ene nummer zette hij al vaak de one, two three, four (five) in voor het volgende. Hij leefde zich in zijn songs in, spaarde zijn stem ook nu niet en zocht af en toe zijn bandleden op. En gitarist Christopher Thorn, iemand die je erbij kan hebben en die vanwege Allerheiligen zijn gezicht had geschminkt (de toetsenist/gitarist/violist had hoorntjes op), zocht hém op, onder andere toen Dulli voor een paar rustiger nummers (‘This is my mom’s favourite song’) plaats achter de keyboards had genomen. Daar zei ie ook dat ie blij met ons was. En wij met dus hem. Nog even terug naar Nijmegen dan, waar een jongen/man op de tribune echt onafgebroken van begin tot het einde al dansend helemaal in de muziek opging, jaloersmakend. In Paradiso zag ik iemand de hele tijd omhoog springen voor de neus van Greg Dulli, al haalde ie dan maar zijn benen. En links voor op het balkon zag ik ook twee vrouwen het hele concert dansen. Dulli zag ze ook, zoals hij in Nijmegen ook iemand op de voorste rij de hele tijd met zijn handen voor zijn oren zag staan wiegen. Hij verwees ‘m naar de bar om servetten of oordopjes te halen: ‘We’re loud as fuck and you found it out the hard way. You know, I want to have fun wíth you, but watching you go like this gets me seasick. (…) Don’t worry about looking cool (…).

En hard was het ook in Paradiso, zelfs met oordopjes in. De tourmanager had ze ook aangeraden, toen hij vooraf de do’s en don’ts even met ons had doorgenomen, ook met humor: ‘I’m also your mother tonight and I’m worrying about your hearing, do you have your earplugs?’ Ik volgde die raad voor het eerst van mijn leven op, bij Dinosaur Jr. waren ze helaas al op bij de bar. Verder was flitsfotografie verboden, Dulli zelf was daar ook zeer alert op en maakte elke overtreder en chantant (Your attention please, Now turn off the light) verbaal of met een gebaar af, maar liet zich daar letterlijk niet door van de wijs brengen. Greg Dulli RULES.

J Mascis, de voorman van Dinosaur Jr., daarentegen, straalt niks uit, zou je op het eerste gezicht zeggen. Maar veel meer dan zijn onafscheidelijke petje, zijn lange witte haren en zijn gitaar, waar hij de onwaarschijnlijkste overstuurde klanken uit krijgt, heeft hij ook eigenlijk niet nodig. Ja oké, die stem dus, maar laat dat nou een beetje tegenvallen deze avond, die verdronk enigszins. Kwam het door de afstelling, de hoge betonnen zaal? In ieder geval was bassist en soms ook zanger Lou Barlow beter te horen. Van hem moesten we ook het contact hebben. Hij begroette ons met: ‘Hallo! Alsjeblieft. Dankjewel. Very, very, very, very, very, very nice to be back in Nederland. We’ve missed you!’ En later in de set: ‘’Hey, we’re gonna play a song from our very first record. Guess what, there was only one place in the world that liked our first record, one place, one country. And what country was that?…Nederland!!’ Je verwacht het niet.

Waarna er een bak gruizige gitaarnoise over ons werd uitgestort, fijn voor de moshpit vooraan. Er waren dus ook wat jonge bezoekers (méér dan bij The Afghan Whigs), die hun huiswerk hadden gedaan. En sommigen waren waarschijnlijk meegetroond door hun ouders (vader met petje). Maar Lou was helemaal verbaasd: ‘You’re a really good audience (…) You’re not just standing, you’re moving. Things have changed! Hallelujah!!’ Zelf ging ie ook flink tekeer, op zijn basgitaar en bewoog zijn hoofd ook continu, net als veel van de geprojecteerde beelden achter het drietal: zelf geschoten beelden, videoclips (met vreemde, intrigerende animaties), coole platenhoezen (Bug, Green Mind), concertposters (met Sonic Youth, Guided By Voices), veel in de zo kenmerkende en bijzondere vormgeving, een ware Freak Scene. Het laatste nummer van de set was er weer een van hun eerste plaat, zo meldde Barlow drie keer. Daarin waren volgens hem al hun invloeden te horen waren: New Order, Joy Division en MC5. Waarna ze nog even konden raggen en soleren.

Deze avond overigens geen ode aan Jerry Lee Lewis, die ook veel teweeg heeft gebracht in zijn muzikale carrière. Zijn naam zoemde voor aanvang even rond, nadat velen een pushbericht over zijn overlijden op hun mobiel hadden gekregen, of gewoon even teletekst hadden gecheckt. Nee, het laatste nummer van de toegift bestond uit het verwachte en in ieder geval door mij gehoopte Just Like Heaven van The Cure, mijn favoriete nummer (en de perfecte popsong?) van die band en op zo’n geweldige manier door de Dinosaur Jr.-mangel gehaald, dat het daardoor wat mij betreft ook één van hún beste nummers is. En The Cure zegt u? Spelen in november in Nederland, na de release van hun zoveelste plaat. Ook The Afghan Whigs eindigden met een cover, al was dat vooral te horen aan de tekst, want Dulli liet het passievolle Into The Floor net zo makkelijk en naadloos overgaan in Take me out tonight, where there’s music and there’s people, and they’re young and alive (…). In There is a light that never goes out dus, het voor velen favoriete – en tevens zeer toepasselijke – nummer van die geweldige band van Morissey en Johnny Marr. The Smiths zegt u? Nee, dat zit er niet meer in. Maar nu eerst wel naar Pavement, in f***ing , euh, het práchtige Carré.