Interview

22 juli 2008

Fadoster Mariza presenteert haar nieuwe album Terra

Geschreven door: Rik van Boeckel

Uitgebracht door:

“Reizen en terugkeren, dat is mijn leven”

Sinds ze in 1999 tijdens een eerbetoon aan Amália Rodrigues voor het eerst in de schijnwerpers stond, is de Portugese fadozangeres Mariza uitgegroeid tot een internationale ster die overal ter wereld volle zalen trekt en met Sting optrad tijdens de Olympische Spelen in Athene (2004). Haar nieuwe album Terra kwam in één keer op 1 binnen in Portugal, iets wat haar nog niet eerder was gelukt. Een nieuw hoogtepunt voor de fadoster die voordat ze op wereldtournee zou gaan haar album presenteerde in Portugal en Spanje. In Madrid onder andere waar het album werd opgenomen in de studio van de Spaanse producer en flamencogitarist Javier Limón die al eerder met Paco de Lucía werkte.

Ook al slaat Mariza zoals op Terra nieuwe wegen in, haar muziek blijft geworteld in de fado. Tegelijkertijd is haar Afrikaans/Mozambikaanse achtergrond goed voelbaar. Zoals in de film Fados van Carlos Saura tijdens het nummer Transparente van het gelijknamige album (2005). Daarin zingt ze over haar Mozambikaanse grootmoeder. Maar ook bij haar optredens. Want ze staat niet stil achter de microfoon zoals bij fado gebruikelijk is. Ze wisselt ingetogen momenten vol inleving sterk af met een grote mate van expressiviteit en beweeglijkheid. Ze danst over het podium.

Stemmen van de zee

Aan Transparente gingen de albums Fado Em Mim (2001) en Fado Curvo (2003) vooraf. In 2006 volgde de CD/DVD Concerto en Lisboa, een registratie van haar concert met het Sinfonietta de Lisboa bij de toren van Belém aan de Taag vanwaar de Portugezen in het verleden hun ontdekkingsreizen begonnen. Dit verleden brengt Mariza ter sprake in Vozes de Mar, een nummer van haar nieuwe album Terra waarvan de tekst is geschreven door de Portugese dichteres Florbela Espanca (1894-1930). “Op elk album heb ik een gedicht van haar,” vertelt Mariza me een paar uur voor haar optreden in het openluchttheater van El Conde Duque in de universiteitswijk van Madrid. “Ze schreef Vozes do Mar lang geleden, maar de boodschap die ze daarin overbrengt is zeer actueel. Ik zing over Portugal en de zee. Het is belangrijk dat wij ons verleden, onze geschiedenis kennen, dan kunnen we zonder angst een stap voorwaarts  zetten.”

Kaapverdisch en Cubaans

Mariza is na de presentatie van Terra in Lissabon naar Spanje vertrokken voor een korte tour. Niet verwonderlijk aangezien Terra in zeven maanden tijd deels werd opgenomen in Lissabon en deels in Madrid. In de studio van Javier Limón die onlangs  tijdens Jazz Vitoria, het B. Lezabelangrijkste jazzfestival van Spanje, optrad met grote Cubaanse musici als Bebo en Chucho Valdes. De laatste werkte mee aan Terra net als Horacio ‘El Negro’ Hernandez, pianist Ivan ‘Melon’ Lewis en trompettist Carlos Sarduy. In Beija de Saudade met Horacio op drums is die Cubaanse invloed goed te horen. Maar feitelijk komen hierin Portugal, Cuba en Cabo Verde samen. Want Mariza zingt het lied met de in Lissabon wonende Kaapverdische zanger/gitarist Tito Paris die eerder samenwerkte met niemand minder dan Cesária Évora. Mariza: “Ik hou van de muziek van Tito. Fado en morna liggen dicht bij elkaar, we weten niet precies welke er het eerst was, waarschijnlijk de fado. De tekst van het lied dat ik met hem zing is geschreven door een van de belangrijkste dichters van Cabo Verde: B. Leza. Ik luister al naar dat lied sinds mijn teenagertijd.”

Javier Limón

Javier Limón was als producer bepalend voor het mooie akoestische geluid van Terra. “Ik kende zijn werk voor Paco de Lucía, maar hij stond in eerste instantie niet bovenaan mijn lijstje,” vertelt Mariza. “Wel wilde ik een nummer van hem opnemen. Verschillende namen zijn de revue gepasseerd: Ry Cooder, Jacques Morelenbaum die Transparente al produceerde en Sting gitarist Dominic Miller. Maar toen ik Limón ontmoette tijdens een diner in Madrid, bleek dat we dezelfde ideeën over muziek hebben. Hij begreep precies wat voor geluid ik wilde en wat ik wilde zeggen met dit album. Dit album gaat over reizen en terugkeren, dat is mijn leven. Ik heb zeven jaar lang getoerd, jaren waarin ik over de hele wereld heb gereisd, veel culturen heb geabsorbeerd, veel verschillende musici heb ontmoet. Ik ben nog steeds stevig geworteld in mijn land, daar slaat de titel Terra (aarde, land) op maar tegelijkertijd heb ik zoveel gezien. Ik wil het publiek laten horen wat ik nu denk en voel na al deze ervaringen. En toen ik merkte dat Javier mij begreep en dat hij een groot respect heeft voor akoestische muziek, wist ik dat hij de man was.”

Mariza liet hem horen wat ze al had opgenomen in Lissabon met haar musici en nam hem mee naar de fadohuizen van Lissabon zodat hij, die al bekend was met de essentie van de flamenco, ook die van de fado leerde kennen. Hij kocht diverse Portugese percussie-instrumenten om die te gebruiken op het album. En naast de Cubaanse musici en cajónspeler El Piraña bracht hij ook Concha Buika in, een zwarte flamenco zangeres uit de oude Spaanse kolonie Equatoriaal Guinee. “Als je haar flamenco hoort zingen, denk je dat ze een zigeunerin is. Ik noem haar de vuurvrouw omdat ze zoveel vuur in zich heeft,” vertelt Mariza over haar. “Toen ze me over haar leven vertelde, ontdekte ik veel overeenkomsten. Ze is geboren in Afrika net als ik, verhuisde naar Spanje zoals ik naar Portugal en begon met zingen tussen de traditionele flamencozangers. En ik begon als kind van 5 te zingen in de traditionele fadosfeer. Mijn ouders hadden immers een restaurant in Mouraria, een oude wijk van Lissabon. Concha zingt een duet met mij in Pequeñas Verdades. Javier had het lied speciaal voor mij geschreven. In het Spaans, maar toen hij ‘t me liet horen, zei ik: ik kan dit niet zingen want ik zing niet in het Spaans. Toen zei mijn manager: je houdt zo van de stem van Concha Buika, waarom vraag je haar niet?”

Diogo Clemente en Dominic Miller

Mariza bracht haar eigen Portugese fadomusici mee zoals Diogo Clemente, de 22-jarige bespeler van de viola (Spaanse gitaar). Hij speelde een belangrijke rol bij het tot stand komen van het album en schreef de tekst voor Alma do Vento waarvan de muziek is gecomponeerd door Dominic Miller. “Diogo weet veel over fado, maar staat tegelijkertijd open voor andere muziek. En hoewel hij geen flamencogitarist is, komt hij er dichtbij in de buurt. Dominic was onder de indruk van zijn spel. Ik had Miller ontmoet via mijn optreden met Sting. Hij had me de gitaarlijn voor Alma do Vento gestuurd. Ik wist eerst niet wat ik ermee moest doen omdat ik gewend ben eerst de tekst te hebben en van daaruit de muziek te laten componeren. Dus vroeg ik Dominic die in Frankrijk woont om naar Madrid te komen. Hij speelde de melodie in, maar we hadden nog geen tekst. Hij zei: deze melodie associeer ik met wind. Diogo schreef daarop de tekst van Alma do Vento (De ziel van de wind).”

Mijn ziel

Voor Mariza is het belangrijk om als ze niet aan het toeren is, terug te keren naar huis en dichtbij het hart van de fado te zijn. “Dit leven is niet gemakkelijk,” merkt ze op. “We reizen elke dag. En we hebben niet de faciliteiten die popartiesten hebben. Soms voel ik me moe en vraag ik me af: is dit wel wat ik wil. En dan vraag ik mijn ziel: is dit de weg, ben je daar zeker van? Die vraag stel ik me in het tweede nummer van Terra: Minh’ Alma. Je moet een sterke innerlijke drive hebben om dit te doen. Voor mij is op het podium staan en zingen het belangrijkste wat er is. Het is mijn leven en het maakt me niet uit of ik in een groot theater sta of in een kleine taverna. Maar na zeven jaar toeren had ik rust nodig, wilde weer dichtbij de fado zijn. Dan adem ik weer. En dat deed ik de laatste zeven maanden toen ik met dit album bezig was. Thuis deed ik mijn onderzoek, had honderden boeken in mijn woonkamer, zocht naar nieuwe gedichten voor mijn album, sprak met dichters, componisten. En als ik tijd had ging ik naar de fadohuizen om te zingen.”

Een restaurant in Mouraria

In eerste instantie had Mariza 22 songs voor haar album waaruit ze er 14 selecteerde.

Zoals Recurso, een tekst die ze vond in het fadomuseum in Lissabon en die nog nooit eerder was gezongen. Deze is geschreven door een van dichters van Amália: David Morão-Ferreira. De muziek werd gecomponeerd door Tiago Machado, met Mario Pacheco een van Mariza’s vaste componisten. Pacheco die al al eerder gedichten van Fernando Pessoa op muziek zette voor Mariza schreef Fronteira. Mariza: “Op dit album komt hij met een traditioneel ritme uit het noorden van Portugal, uit het grensgebied met Spanje: Vira do Minho. Chucho Valdes speelt piano in dit nummer.” Een ander lied is Tasco de Mouraria, geschreven door Paulo Abreu Lima. “Hij bood me de song aan, had het speciaal voor mij geschreven. Het is autobiografisch. Mijn ouders hadden een ‘tasco’ (restaurant) in Mouraria. Mijn Mozambikaanse moeder liet me er de muziek van Miriam Makeba, Hugh Masekela en Nina Simone horen en de muziek uit Brazilië zoals de bossa nova. Mijn vader luisterde altijd naar fado, maar alleen naar mannenstemmen zoals Carlos do Carmo en Max, een zanger uit Madeira. De opener van het album Já me deixou is geschreven door Max. Het gedicht verwoordt het thema van dit album: het voelen van de saudade als je reist en dan weer terugkeren naar je land, je cultuur weer voelen, thuis zijn en dan weer weg gaan. De tekst zegt: zij heeft me verlaten. Maar ‘zij’ is geen vrouw maar de saudade. Die heeft hem verlaten omdat hij weer is teruggekeerd naar huis.”

“Omdat ik thuis alleen maar mannenstemmen hoorde, heb ik Amália pas later ontdekt,” vervolgt ze. “Ik was 17 en wandelde over straat. Toen hoorde ik haar stem vanuit een platenwinkel. Het was Barco Negro. Ik vroeg de eigenaar van de winkel wie het was. Hij keek me aan en vroeg: weet je niet wie dat is. Ik vond het prachtig en kocht de plaat.”

Een kus en Rosa Branca

Vanuit haar verleden in Mouraria dook tijdens een optreden in een fadohuis een vrouw op die haar het lied Rosa Branca gaf, de single van Terra. “Angelo, die Portugese gitaar speelt- niet op het album maar live- kwam naar me toe en zei: zie je die vrouw daar, ze wil je een kus geven. Ik ging naar haar toe. De vrouw, Fernanda genaamd, gaf me een kus en zei: ik ging vaak naar de taverna van je ouders en hoorde je zingen toen je 5 jaar was. Ze keek me zeer vertederd aan en zei: ik ben zo trots op alles wat je bereikt hebt, ik wil je een lied geven. Ze zong Rosa Branca voor me, een traditioneel fadolied. Drie dagen lang zat de melodie in mijn hoofd. Toen Javier het hoorde, zei hij: dit is een hit, we gaan het opnemen. Ik vind dit heel bijzonder, ik had nooit gedacht dat iemand die me vroeger heeft horen zingen iets aan me zou geven voor later.”

Mariza’s eigen favoriet is Morada Abierta (letterlijk: open hart) waarvan de muziek is gecomponeerd door Rui Veloso, een in Portugal zeer populaire zanger. Mariza: “De teksten bij zijn composities worden altijd geschreven door Carlos Tê. Je kunt hen niet scheiden van elkaar. Toen ik Carlos vroeg een tekst te schrijven zei hij: maar ik hou niet van fado. Ik antwoordde hem: maar ik vraag niet om fado, ik vraag een tekst. Ik had het nooit verwacht, maar hij kwam met een tekst. Hij schreef het op een moment in mijn leven dat ik me erg down voelde. De tekst van zijn gedicht verklaarde een hoop voor mij, het opende mijn hart naar de wereld, naar de muziek die ik de wereld wil geven en de muziek die ik wil ontvangen. Ik ben me nu meer bewust van wie ik ben, van mijn vrouw zijn, van het feit dat ik de wereld iets te zeggen heb.”

Stemkunstenares

Mariza live zien is een bijzondere belevenis. Nog voordat ze één noot heeft gezongen, wint ze het publiek in Madrid voor zich met haar warme uitstraling. Mariza die altijd veel aandacht besteedt aan haar kostuums is gekleed in een met gekleurde banden versierde lange zwarte uitwaaierende jurk. Ze zingt veel nummers van Terra maar ook van haar vorige albums zoals Gente de minha terra van Fado Em Mim. Vooral hierin toont Mariza zich een ware stemkunstenares: ze haalt uit, verstilt, vibreert en gaat de hoogte in, je hoort de Moorse invloed op de fado. Ze wordt begeleid door musici met wie ze al jaren speelt en op Diogo na niet op Terra te horen zijn. Amália’s Barco Negro begint met een percussie-intro op cajónes door haar fantastische drummer Vicky en percussionist João Ruela. Met Tito Paris zingt ze Beija de Saudade. De uitvoering is fenomenaal. Voor de toegift heeft ze nog een verrassing in petto. Ze wandelt samen met haar gitaristen naar de voorkant van de tribune en brengt zo zonder microfoon de intimiteit van het Portugese fadohuis tot leven in Madrid. “Dat was indrukwekkend,” zei de bij het concert aanwezige Javier Limón na afloop. “Ik zag nooit eerder zo’n show. En ik ben niet gauw onder de indruk. Ik ben heel blij dat ze mij gevraagd heeft voor de productie. Mariza kan alles zingen. Een keer hoorde ik haar zingen, Ivan Lins die ook meewerkte aan dit album, begeleidde haar op de piano. Het was alsof ik een zwarte zangeres uit Harlem hoorde. Ze kan nog veel verder komen. Want ze heeft zowel de expressie van Portugal als het ritme van Afrika in zich. Die combinatie vind je niet vaak.”