Concert

25 augustus 2019

Chicago blues en soul kleuren (Ge)Varenwinkel

Geschreven door: Cis van Looy

Zaterdag is de affiche van (Ge)Varenwinkel wat sterker blues georiënteerd met zwarte Amerikaanse bluesgitaristen als Mike Wheeler en Toronzo Cannon. Het muzikale verbond van Ellis Hooks en Chris Bergson blijkt een winnende combinatie in de eerder bescheiden Rootstent waar Samantha Martin de enige frontvrouw op de affiche triomfeert met rauwe soul.

Vroege festivalgangers zien Hymn For Her aan het werk, een rondreizend Amerikaans duo uit dat met een flinke dosis zelfrelativering een ruim muzikaal spectrum exploreert in hilarische hillbilly stijl. Wayne zorgt naast het gitaar en banjowerk voor de percussie, terwijl Lucy de cigarbox variant hanteert. Ze brengen met het rudimentaire H4H repertoire hun eigenzinnige muzikale visie waarin naast rauwe deltablues zowat alle mogelijke en onmogelijke (hard) rock stijlen geïmplanteerd worden.

Jumping Matt

Op het grote podium is het Jumping Matt die met zijn combo swingende jumpblues presenteert. De Hongaarse frontman Matyas Pribojszki slooft zich uit en pendelt tussen traditionele blues naar strakke boogie met een snuifje Memphis soul en zelfs plaats voor een exotische rumba. Als zanger niet meteen indrukwekkend, maar als harmonicaspeler een absolute topper die zijn klasse uitvoerig etaleert in een gevarieerde set met overrompelende, energieke passages en zelfs een uitstapje tussen het publiek. Die escapades worden gelukkig afgewisseld met meer ingetogen momenten waarin Matt zijn absolute meesterschap toont op het smoelschuivertje en sluit af met de jazzklassieker When The Saints Go Marchin In.

Op dat vertrouwde marsritme huppelen we meteen terug naar de kleine tent waar Samantha Martin & Delta Sugar openen op de van Keith Richards geleende riffs van Happy dat naadloos overloopt in het funky, van The Meters afkomstige, Hey Pocky Way. De uit Toronto afkomstige zangeres wordt ondersteund door de voor de Europese tournee enigszins gereduceerde formatie Delta Sugar. Haar forse uithalen die bij momenten aan Etta James herinneren, worden ondersteund door een al even flamboyant vocaal duo. In de ondertussen behoorlijk verhitte tent stijgt de temperatuur nog enkele graden door het dansende, vooral vrouwelijke publiek voor het podium. Martin doet er nog een schepje bovenop. Sterk eigen werk wordt handig verweven met fijne interpretaties van Al Green’s Are You Lonely For Me. De intro van Proud Mary wordt lijzig ingezet zoals destijds bij Ike & Tina, voor de bijhorende wilde go go dansjes zorgen enkele oververhitte enthousiastelingen voor het podium. In een spetterende apotheose brengt Samantha nog een rauwe bluesy, lekker lang uitgesponnen Fruits Of My Labour van Lucinda Williams en rond haar straffe passage mooi af met The Letter.

Chris Bergson

In dezelfde tent duikt later ook Chris Bergson op. De New Yorkse gitarist was eerder in Varenwinkel, nog op het oude terrein overtuigde hij moeiteloos met zijn fusie van jazz, blues en soul. De afgelopen tijd werkt hij intens samen met Ellis Hooks. De soulshouter uit Alabama heeft een soulgrowl in zijn timbre dat naar Otis Redding en Sam Cooke refereert en dat vormt samen met de invloeden van een buskersverleden in de New Yorkse straten een soliede basis voor een broeierige set. Spannende duetten met Bergson die op zijn blauwe gitaar loos gaat terwijl de hyper kinetische Hooks zowat alle uithoeken van het podium verkent, soms iets te uitbundig, maar het mist zijn uitwerking niet. Bergsons wat oudere Greyhound Station en het samen gecomponeerde en gezongen Bitter Tears trekken de aandacht evenals Grits Ain’t Groceries en andere onversneden southern soulstuff.

Robert Jon & The Wreck

Naast blues komen ook rocktoestanden aan bod. Robert Jon & The Wreck figureerden eerder in (Ge)Varenwinkel twee jaar geleden pakten ze de Rootstent in met wervelende southern rock. Jon en companen komen nu met een grondig hertimmerde Wreck en genieten weerom veel bijval met harmonische zang en de zwierige door gitaarduels en orgel gekleurde southernrock, daar valt buiten het overdreven geluidsvolume weinig op aan te merken maar vergeleken met de onstuimige eerste passage valt het enigszins tegen.

The Mike Wheeler Band is ongetwijfeld een van de meest actieve formaties in Chicago. De imposante zanger en gitarist wordt naast zijn vertrouwde combo ondersteund door een blazerssectie en dat is meteen te horen in opener Watermelon Man met een schitterende inbreng van The Capitol Horns in de jazzklassieker van Herbie Hancock. Bovendien is gitarist Kai Strauss meegereisd en dat blijkt geen ‘big mistake’ zoals Wheeler in het gelijknamige nummer zingt. De optimale wisselwerking tussen beide gitaristen en krachtige zang van Wheeler stuwt de set verder op in het dynamische Turn Up en het bijzonder toepasselijke Here I Am. Daarnaast zijn er meeslepende slowburners zoals een verschroeiend, met vloeiend snarenspel opgebouwde Blind Man Can See. De mix van Chicago blues, soulvolle zang, knappe gitaarspel en blazersbijdragen tilt ook coverwerk zoals Robert Cray’s Phone Booth en funky uitsmijter That’s What Love Will Do naar ongekende hoogten.

Toronzo Cannon is eveneens gepokt en gemazeld in het Chicago bluescircuit. Na begeleidingswerk met Wayne Baker Brooks en Joanna Connor zet hij zijn eigen Cannoball Express. Zijn muzikale verrichtingen zijn terug te vinden op het Delmark label en recent stapt hij over naar het eveneens in Chicago residerende Alligator dat na The Chicago Way binnenkort The Preacher, The Politician Or The Pimp, puntige blues in een sociaal geëngageerde context, uitbrengt. De man met de onafscheidelijke hoed zorgde met expressieve zang en gitaarspel voor een imposante afsluiting.

Foto’s: Freddy Vandervelpen