Concert

10 augustus 2019

Alles valt op zijn plek bij Father John Misty in Caprera

Geschreven door: Steven Frölke

Label: Bella Union

Vol walging keek Josh Tillman naar de prachtige vijver voor zijn voeten, die zijn podium scheidde van het aandachtig luisterende publiek, hopend dat de songwriter/parttime cabaretier nog meer grappige impulsen op voelde komen. “This is a mess”, concludeerde hij. Er zou een verzameling van wetenschappers en experts voor nodig zijn om er nog iets van te kunnen maken.

caprera

Zoals hij in een paar zinnen het beeldschone openluchttheater dat Caprera heet onderuithaalt, zo vernietigde Father John Misty met diens laatste album God’s Favorite Customer alles wat hij onder het Father John Misty-alter ego had opgebouwd. Zijn meest gevierde werk, I Love You, Honeybear was een grote ode naar zijn vrouw Emma, maar ook een ironische blik op de traditionele clichématige ‘liefdesmuziek’. Opvolger Pure Comedy was nog grootser en maximalistischer dan Honeybear, met twee nummers die de tien minuten speeltijdgrens overschrijden en een titelsong die eindigt in een bombastische chaotische finale met hulp van een grootse blazerssectie. Bovenal schetste Josh Tillman langzaam maar zeker het verhaal, de mythe, van het personage Father John Misty.

Maar toen kwam God’s Favorite Customer, waar Tillman opeens als een kwetsbaar mens naar voren kwam. Als een kluizenaar opgesloten in een hotelkamer met een gebroken hart, drugs en depressie. Tillman is niet meer de zelfverzekerde man die hij was, maar kijkt naar zichzelf en ziet zoveel imperfecties in zijn persoon en gedrag. Daarnaast is de muziek ingetogen, treurig in sfeer, en minimalistisch. Er is weinig over van de bravoure die hem jaren lang zo tekende.

Het is een prachtig beeld: Father John Misty zingt over de duisterste periode van zijn leven, klein en kwetsbaar zittend tussen het grote groen. Hij zingt The Palace, een langzame ballad onder begeleiding van een enkele pianist. Zijn vrouw noemde de hotelkamer waarin hij twee maanden eenzaam en gebroken bivakkeerde speels “the palace”. Beeld je in hoe deprimerend de situatie eruit zou moeten hebben gezien, en ervaar hoe prachtig de kunst is die eruit voortkwam. De falsetto die Tillman produceert op de studioversie is zó perfect dat je je voorstelt dat hij die een stuk of twintig keer opnieuw had ingezongen, en dat hij die niet zomaar opnieuw zou kunnen produceren. Dat kon hij wel, zo bleek.

But I don’t wanna leave the palace
Let’s pay someone to move in here and fix this
Last night I texted your iPhone
And said I think I’m ready to come home
I’m in over my head

Father John Misty was niet de enige naam die op het affiche stond: het voorprogramma werd verzorgd door Amerikaanse singer-songwriter José González. Bewapend met niets meer dan zijn gitaar zong hij een uur lang eigen nummers en twee covers. Het grote probleem: in 2019 moet je wel van héle goede huize komen, wil je nog enigszins wat kunnen toevoegen aan het meermaals uitgespeelde ‘zingende man en zijn gitaar’-recept. Zijn zang was mooi – ietwat tam maar ook juist puur – en zijn spel op de Spaanse gitaar was ook sterk. Het is ietwat cynisch, maar eigenlijk liet het optreden me vooral realiseren hoe knap het wel niet was dat Elliot Smith eind jaren 90 nog zulke prachtige tijdloze muziek heeft weten te produceren. Naast een Nick Drake en Beatles cover speelde González ook nog een nummer van zijn band Junip, en ik ben benieuwd hoe hij zou klinken in een groter arrangement, want muziek maken kan hij zeker. In zijn eentje is het echter tamelijk saai.

fjm

Bij Father John Misty werd het nooit saai. Wel konden enkele van zijn traditionelere rocksongs nu en dan verdrinken in het volle geluid. Met name Hollywood Forever Cemetery Sings en Disappointing Diamonds Are The Rarest Of Them All werden door de vele scheurende gitaren een beetje teveel een “wall of sound”, waardoor de fijne details in die nummers zoek kunnen raken. Het zou goed kunnen dat die nummers niet zijn gemaakt voor de buitenlucht, maar ook misschien dat de band dan wat ingetogener zou moeten spelen. Met een sneltreinvaart werd er zonder pauzes door de eerste zeven nummers van de setlist gehaast, bijna alsof hij zo snel mogelijk bij de crème de la crème van zijn oeuvre wilde komen. Maar Father John Misty is een natuurlijke performer, die elk woord theatraal met wilde handgebaren en een serieuze blik over zijn lippen brengt. Een met hoogtepunten gevulde avond volgde in de vorm van The Night Josh Tillman Came To Our Apt., The Memo, Holy Shit en Pure Comedy.

Na twee maal eerder Father John Misty live te hebben gezien, had ik er vrede mee gesloten dat ik een van zijn mooiste nummers, I Went To The Store One Day, nooit live zou gaan zien, omdat hij het live nooit leek te spelen. Het nummer vormt de conclusie van I Love You, Honeybear, de ode aan de liefde en vooral aan Emma. Zó mooi beschrijft hij hun relatie vanaf hun ontmoeting, en de emotionele achtbaan waarin hij terechtkwam na hun ontmoeting: “Now, in just one year’s time I’ve become jealous, rail-thin, prone to paranoia when I’m stoned / If this isn’t true love, someone oughta put me in a home”. Vervolgens bezingt hij hun liefdevolle relatie in het heden, droomt hij over een toekomst en spoelt hij vooruit naar het einde van hun leven. Het verhaal is al hartverwarmend – het doet me denken aan die verschrikkelijk mooie openingsscene van de animatiefilm Up – en dan op het allerlaatst realiseert Josh zich hoe bizar het wel niet is dat zijn leven door zo’n gekke toevalligheid op zo’n geweldige manier ondersteboven is gekeerd.

Je voelt hem hopelijk al aankomen: na een al geweldige avond werd ik zeer blij verrast om als toegift te worden getrakteerd met I Went To The Store One Day. Zielsalleen stond Tillman op het podium, tokkelend op zijn gitaar en foutloos falsetto zingend. Het was allang donker, de schijnwerpers stonden alleen op hem nadat zijn band al was vertrokken, en terwijl hij naast de waterlelies staat die hij eerder zo bruut had afgekraakt, zingt hij de laatste prachtige zin van het nummer.

All cause I went to the store one day
“I’ve seen you around, what’s your name?”