×

Artikel

24 juni 2024

Holland Pop 1970, Stamping Ground en Fifty Up

Geschreven door: Rik van Boeckel

Het is inmiddels vierenvijftig jaar geleden dat het legendarische Holland Pop Festival plaatsvond in Kralingen, Rotterdam. Het festival was het eerste grootschalige meerdaagse popfestival in de open lucht op het Europese vasteland waar mensen ook konden overnachten. Onlangs ging Holland Pop 1970 in roulatie, een nieuwe documentaire van Ferri Ronteltap over het festival. Written in Music journalist Rik van Boeckel was destijds aanwezig op het festival en kijkt in het onderstaande artikel terug op zijn ervaringen, alsmede op de diverse films en platen die uit werden gebracht naar aanleiding van het Holland Pop Festival.

Terugkijken op mijn ervaring als bezoeker eind juni 1970 van het Holland Pop Festival in het Kralingse Bos via de nieuwe documentaire Holland Pop 1970 en de film Stamping Ground uit 1971 die in 2020 opnieuw werd uitgebracht, betekent het ophalen van oude muzikale herinneringen van nu 54 jaar geleden. En van de vernieuwende sfeer die in die tijd ontstond.

De dvd Stamping Ground is onderdeel van de box Kralingen 1970-2020 waar ook het boek Fifty Up en 4 lp’s met opnames van het Holland Pop Festival 1970 deel van uitmaken. De 4 platen zijn onderverdeeld in de opnames gemaakt op 26, 27, 28 en 29 juni. De lp van vrijdag 26 juni begint met de song Danger Zone van de Britse bluesrockband Stone the Crows, die in 1969 ontstond in Glasgow. Ik woonde toen in Den Haag, reed met een paar vrienden op brommers naar het Kralingse Bos en schreef in mijn pre-journalistieke verslag uit die tijd dat ik het festival geweldig vond, dat het bloedheet was 26 juni en dat Stone the Crows goed was en het daarop volgende Quintessence niet geweldig maar wel sfeer brengend. Met bijvoorbeeld de song Giants die op de lp staat.

Canned Heat viel me tegen, maar in de film Stamping Ground zijn ze na Al Stewart mooi te zien met de song Human Condition, die ook op de plaat staat. Op de lp klinkt dat als een goede song. Jefferson Airplane is in beide films te zien, net als Santana, The Byrds en Country Joe. Deze vijf grote bands zijn in Stamping Ground dus goed te zien. Over Santana schreef ik dat ik ze geweldig vond. In Stamping Ground zijn ze te zien met de hit van die tijd: Jingo. En het nummer is ook goed te horen op de lp van 26 juni, net als Black Magic Woman en Soul Sacrifice. Met behalve Carlos Santana’s sterke specifieke gitaarspel, de conga en timbales-solo’s van Pete Escovedo en José Chepito Areas. ‘Santana geweldig, de hele boel stond te swingen, fantastisch,’ schreef ik toen in 1970. Het volledige concert van Santana is teruggevonden en kortgeleden op LP uitgebracht. De LP kan besteld worden via deze website: www.hollandpopfestival.nl

Hot Tuna vond ik matig maar Jefferson Airplane (Volunteers of America) redelijk tot goed. Het interview met Grace Slick en Paul Kantner is zowel in Stamping Ground als in Holland Pop 1970 te zien en gaat deels over de oorlogssituatie van toen en dat betrof zeker de oorlog in Vietnam. ‘Laat de Amerikanen en Russen met elkaar in Australië vechten,’ stelde Grace Slick toen voor. Om zo te voorkomen dat onschuldige burgers het slachtoffer zouden worden. In beide films is hun toenmalige hit White Rabbit mooi te zien. In Stamping Ground worden daar ook typische sfeerbeelden aan toegevoegd, zelfs van naakt zwemmende mannen en vrouwen. Op de plaat zijn behalve White Rabbit Somebody to Love en Ballad of You and Me & Pooneill goed te horen.

‘Ik ben nog steeds festivallerig. Het was geweldig, ik ging met spijt weg, wat een sfeer, wat een muziek,’ schreef ik 1 juli 1970. ‘Het duurde tot 4 uur ‘s nachts. Zaterdag heeft het hard geregend. Maar de sfeer kwam er wel in. Supersister goed, Ekseption redelijk. Wat had je nog meer? Tyrannosaurus Rex, wel aardig. The Flock goed.’

Wat Supersister betreft, die zijn helaas in Stamping Ground niet te zien, maar Robert Jan Stips komt zowel in Holland Pop 1970 als in het boek Fifty Up aan het woord. Als muzikant, maar vooral ook als bezoeker voelde hij dat er nieuwe tijden zouden aanbreken, dat dit festival de sleutel kan zijn naar een heel leuke toekomst. ‘We hadden de uitnodiging te danken aan onze eerste single She was Naked, die opeens een hitje was geworden. Nu waren we echt onderdeel van het programma. Stonden we opeens op een groot podium waar ook The Byrds en Soft Machine optraden. Dat was redelijk sensationeel,’ vertelt hij onder meer in het hoofdstuk Robert Jan Stips en het Holland Pop Festival in zes soundbites. ‘Voor ons als Supersister heeft het festival veel betekend. Het was een aanvulling op onze CV. Een waanzinnig startpunt van onze carrière.’

Over The Byrds schreef ik toen dit: ‘The Byrds fantastisch, werden tweemaal teruggeroepen, ze begonnen sloom maar het werd steeds beter.’ Ze speelden You ain’t Going Nowhere, My Back Pages, All the Things, So You Want to Be a Rock ‘n Roll Star. Met Jesus Is Just Allright en Old Blue zijn ze in beide films te zien, maar in Stamping Ground klinken ze beter. ‘Daarna Dr.John, leuk om te zien maar niet geweldig. De rest heb ik gemist want ik was te moe en het regende. Ik heb in de overkappingen geslapen, eerst in de modder, vrijdag heb ik buiten geslapen,’ schreef ik toen. In de overkapping hoorde ik Mother Nohead van Groep 1850. Maar kijkend naar Dr. John met Mardi Gras Day in Stamping Ground en luisterend naar When the Saints Go Marchin’ in en Gris Gris Gumbo Ya Ya op de lp van zaterdag 27 juni beleef ik het nu na zoveel jaar veel beter.

Over zondag 28 juni schreef ik verder dit: ‘Zondag was geweldig, eerst Leger des Heils ‘s ochtends en drie dwarsfluitisten- zonder microfoon – uit het publiek. ‘s Middags Caravan, de zigeunermuziek van Tata Mirando, Chicago Art Ensemble en de goeie drummer Han Bennink. Laat in de middag bracht eerst de goede melodieuze Fotheringay de sfeer erin en daarna Mungo Jerry, ouwe mee stampende hillbilly-achtige muziek die helemaal de sfeer erin bracht. Iedereen danste op het laatste, en het gaafste was dat alle plastic borden van warme maaltijden tijdens In the Summertime de lucht ingingen en daarbij als serpentine dienende wc-rollen. Het was een geweldig gezicht.’ In de documentaire Holland Pop 1970 zijn hiervan mooie beelden te zien, maar in Stamping Ground niet.

Vervolgens schreef ik: ‘Daarna het fantastische It’s a Beautiful Day en dan de nog fantastischer Fairport Convention, waarbij ik me echt heb staan uitleven. Daarna Soft Machine, die ik helaas bijna helemaal gemist heb omdat ik in slaap viel. En dan de beste groep van allemaal: Pink Floyd, geweldig, die muziek gaat door merg en been. Ze hebben twee en half uur gespeeld tot half 5 ‘s ochtends op maandag.’

It’s a Beautiful Day is in Stamping Ground mooi te zien met de goede song Wasted Union Blues, met fraai spel op de viool. En op de plaat van zondag 28 juni is de band ook te horen met deze song alsmede met Bulgaria. Ook Fotheringay en Soft Machine zijn goed te horen op deze lp. Soft Machine is gelukkig ook te zien in Holland Pop 1970 en te horen op de lp van 26 juni. Maar niet in Stamping Ground, de film die verder ook goed aandacht besteedde aan The Flock, een band met jazzy blazers, en aan Country Joe met de song Freedom is a Constant Struggle. Tijdens een interview vertelt Country Joe dat zijn muziek voor hem van binnenuit komt en heeft hij het over een schizofrene performance.

Na het Holland Pop Festival kocht ik de lp Ummagumma van Pink Floyd. In Stamping Ground is Pink Floyd goed te zien met A Saucerful of Secrets en Set the Controls for the Heart of the Sun en in Holland Pop 1970 met A Saucerful of Secrets. En verder de bijzonder goed te herinneren sfeer tijdens zonsopgang op maandagochtend 29 juni. Ik vertrok daarna op mijn mobylette naar mijn toenmalige werk bij de ANWB in Voorschoten zonder geslapen te hebben. Ik sloot mijn verslag af met deze woorden: ‘Ik heb daar veel cola en Jaffa gedronken, was wel duur alle levensmiddelen (o.a. hot meat 4 gulden, cola 75 cent). Maar ik had dit voor geen goud willen missen, het heeft me 60 gulden gekost maar het was fantastisch. Drugs werden vrij verhandeld en gerookt, hier en daar werd naakt gezwommen. O ja, er waren in het Kralingse Bos zo’n 80 a 100.000 mensen en het was een complete vuilnisbelt na afloop.’ Behalve de lp van Pink Floyd en de lp Abraxas van Santana kocht ik ook het fotoboek Kralingen ‘70, ‘n grote blijde bende, een boek vol foto’s van hippe festivalgangers en sfeervolle totaalbeelden. En van de toenmalige Rotterdamse burgemeester Thomassen!

Al met al geven beide films, de 4 platen en de boeken over het Holland Pop Festival een zeer goed beeld van het festival, van hoe het tot stand is gekomen en van de vernieuwende sfeer die in die tijd ontstond en in de jaren zeventig zich verder ontwikkelde, zeker in de popmuziek.

Foto’s: Kralingen ’70, ‘n grote blijde bende, uitgeverij Knippenberg, Utrecht, 1970.