×

Recensie

Rock

13 mei 2021

The Black Keys

Delta Kream

Geschreven door: Leon Pouwels

Uitgebracht door: Nonesuch

Delta Kream The Black Keys Rock 4 The Black Keys – Delta Kream Written in Music https://writteninmusic.com

Mijn vader sprak ooit de volgende wijze woorden uit: ”Alle goede rockmuziek is te herleiden tot de blues”. Deze uitspraak vond ik toen wat kortzichtig, maar hoe ouder ik word, des te meer kan ik mij herplaatsen in zijn oordeel. Hoe zouden Eric Clapton, Jimi Hendrix, Fleetwood Mac, Led Zeppelin, The Rolling Stones en zelf Nirvana en Nick Cave geklonken hebben zonder hun kennismaking met grootheden als Leadbelly, Muddy Waters, B.B. King of John Lee Hooker. Sterker nog, zouden ze dan zelfs nog enig bestaansrecht hebben gehad?

Een wat onbekendere naam die zich tevens bij dit legendarische gezelschap kan aansluiten is die van Junior Kimbrough. Zijn slepende vertraagde voordracht inspireerde The Black Keys om met een aantal klassiekers van deze in 1998 overleden held aan de slag te gaan. Delta Kream kan gezien worden als het verplichte vervolg op het in 2015 verschenen eerbetoon Chulahoma, aangevuld met passend materiaal van onder andere North Mississippi hill country blues muzikanten als R. L. Burnside en John Lee Hooker. Toonaangevers die in het verleden hun ziel zowaar aan de duivel verkochten. Met de heersende leegte van COVID-19 in hun achterhoofd kloppen Dan Auerbach en Patrick Carney bij de poorten van de hel aan om die bezieling weer op te eisen.

Vervolgens wordt er met niet de minste gastmuzikanten als de met Junior Kimbrough samenwerkende bassist Eric Deaton en de gitaar spelende blueslegende Kenny Brown wordt een geheim verbond gesloten in de Easy Eye Studio van Dan Auerbach welke ontaard in een demonische avondschemerige jamsessie. De door John Lee Hooker groot gemaakte compositie Crawling Kingsnake is naar voren geschoven om dienst te doen als introducerende single. Dit alles precies volgens de geest van de iconische blues leermeester. In gedachte staat hij goedkeurend in de hoek van de studio mee te knikken; emotieloos met zijn kenmerkende donkere zonnebril om vervolgens onzichtbaar in de schaduw te verdwijnen.

Een hartig voorgerecht waarbij het tweetal van The Black Keys nogmaals benadrukken dat ze nog steeds tot de meest coole gasten van de hedendaagse rockmuziek behoren. Hoe gedurfd is deze knappe keuze om de publieksgeile retro glamsound te verruilen voor het al jaren gemiste primitieve bluesrock. Wetende dat de band aan een klein zetje genoeg had om definitief door te breken bij het grote publiek. Niet meer dan tien uur opnametijd is er nodig om tot dit prachtige eindresultaat te komen. Het lijkt allemaal zo eenvoudig en misschien is dat het ook gewoon. Inpluggen en spelen maar, het grote voordeel van je klassiekers kennen. Al snel ben je vergeten dat het hier om een coveralbum gaat en misschien moet je dit gegeven gewoon helemaal los laten.

Delta Kream is simpelweg de nieuwste plaat van The Black Keys. Geen verdere verwijzingen naar de hoofdpersonen uit de blues scene meer, klaar! Na het aftikken van Patrick Carney gaat het daadwerkelijk helemaal los. Je zou bijna vergeten dat zijn strakke ritmische gevoel de katalysator in het geheel vormt. Het pompende hart die de overige organen aansturen. Toch is zijn maatje Dan Auerbach de goudsmid die met zijn bedachtzame hersenen bij deze prachtige homemade opnames het heldere geluid combineert met die ruwe primitieve sound.

De motor loopt langzaam warm op de brandstof van het psychedelische Louise. Eventjes elkaar voorzichtig aftasten en besnuffelen om vervolgens helemaal voluit te gaan op het energieke Poor Boy a Long Way From Home. Als gastheer hoor je de bezoekers te voeden dus gooit Dan Auerbach er een aantal smerige gitaarriffs doorheen, waarna er gretig gebruik wordt gemaakt van deze smakelijke muzikale maaltijd.

Ondanks zijn bescheiden voordracht eist Dan Auerbach wel degelijk de rol van frontman op, al heeft hij genoeg talent om hem heen verzameld dat hij deze geroutineerde sterspelers verder niet hoeft te dirigeren. Het is die natuurlijke, bijna dierlijke drang om te treden welke hier vervolgens op de voorgrond treedt. Het coronavirus heeft een koortsachtige wisselwerking op de hongerige muzikanten die paraat staan om de akkoordenschema’s te verslinden. Het verschil tussen geduldig afwachten of juist keihard toeslaan. Nou, dit gevormde genootschap heeft er in ieder geval overduidelijk veel zin in.

Als wisselwerking krijgt Dan Auerbach in Stay All Night alle ruimte om deze track in alle diepte vocaal naar zich toe te trekken. Hypnotiserend groovend zoeken ze het trage meeslepende grensgebied van de stonerrock op. Een soort van eigen interpretatie van de beroemde Queens of the Stone Age Dessert Sessions. Met gemak zet hij in het aansluitende jaren zeventig psychedelische Going Down South een kopstem op, zonder dat hij zichzelf helemaal tot gruis zingt. Die trance wordt versterkt door de bezwerende orgelpartijen die de nostalgie van de eindeloze drugseance van The Doors in herinnering brengen.

Een aangenaam tussenstation want vervolgens wordt er vanaf Coal Black Mattie weer meedogenloos stevig doorgejaagd met de slidegitaar en het hak- en slagwerk van Patrick Carney. The Black Keys distantiëren zich op Delta Kream van het hipsterpubliek en zoeken serieus die gedroomde aansluiting met de doorgewinterde muziekliefhebber op.



  1. Crawling Kingsnake
  2. Louise
  3. Poor Boy a Long Way From Home
  4. Stay All Night
  5. Going Down South
  6. Coal Black Mattie
  7. Do the Romp
  8. Sad Days, Lonely Nights
  9. Walk with Me
  10. Mellow Peaches
  11. Come on and Go with Me