×

Recensie

World

17 december 2020

Myrddin

Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin

Geschreven door: Leon Pouwels

Uitgebracht door: Zephyrus Records

Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin Myrddin De Cauter World 4 Myrddin – Monstruos y Duendes Vol. 2 : Longhin Written in Music https://writteninmusic.com

Het is 17 augustus 1975 als de Belgische gitarist en tevens saxofonist Koen De Cauter met een drietal bevriende muzikanten het gipsyjazz orkest Waso Quartet opricht. Ze brengen een aangename mix van flamenco en traditionele volksmuziek te gehore. Na zich een aantal jaren non-actief opgesteld te hebben, laten ze sinds vorig jaar weer van zich horen. Twee zonen van Koen De Cauter, namelijk Waso en Dajo hebben zich ondertussen bij dit gezelschap gevoegd. Zijn derde zoon Myrddin De Cauter is solo actief, en levert met Monstruos Y Duendes – Vol. II: Longhin zijn zesde soloplaat af. Een sprookjesachtige project over monsters en elfjes dus. Eenvoudig terug te brengen tot het goede en het kwade.

Het is een vervolg op het in februari verschenen Monstruos y Duendes Vol. 1 : Myfyrio, en er zullen nog twee albums komen om het vierluik te voltooien. Ondanks dat Myrddin tevens een goede klarinettist is, beperkt hij zich tot de flamenco gitaarakkoorden. Het zonnige Spanje vormt hierbij de inspiratiebron. Hij gaat daar terug naar de roots van deze muziekstroming en in de leer bij verschillende flamenco gitaristen. Het is algemeen bekend dat de flamenco zijn oorsprong in Spanje heeft, al zijn het vooral de rondreizende zigeuners die het genre verrijken met andere culturen. De gepassioneerde bezieling van Myrddin De Cauter heeft samen met de pure basis tevens die typerende experimenteerdrift waar de Belgische popscene en jazzmuzikanten om bekend staan. Het titelstuk Longhin heeft alleen al een dubachtig begin, en er wordt flink gestoeid met tempoverschillen.

Met een betere karakterbeschrijving kan Myrddin zichzelf niet introduceren. Zijn onwaarschijnlijke vingervlugheid wordt afgewisseld met ritmisch meeklappen op de houten klankkas. De natuurlijke watervallei klanken van Renato zijn geleend om het gevoel van de inspirerende creativiteit van zijn zuidelijke werkplek terug te laten komen. Emotioneel hoog gepingel laat de vrouwelijke kant van het instrument horen. Niet voor niks zijn er veel blues artiesten die hun gitaar een meisjesnaam toedienen. De vorm van het instrument heeft iets stoers en feministisch in zich. De liefkozende behandeling van Myrddin getuigt hierbij ook van respect.

De klassieke speelwijze heeft het beweeglijke van een brutale flamencodanseres. Voeg daarbij de nodige ophitsende akkoorden toe die een verlangen naar de prachtige Zuid Spaanse omgeving oproepen, maar tevens symbool staan voor het verlangen naar de liefde. De grimmige landschap flarden in het onweersdreigende Mistrau laten een duistere kant van de meestergitarist horen. Een veelvoud van harde nachtmerrie getinte herinneringen worden in een kakofonische wervelwind van zich afgeschud. Op Inyinya maakt hij gebruik van galopperende paarden die de achtergrond bevolken, waardoor er een retro filmisch Western gevoel wordt opgeroepen.

Sixties psychedelica herleefd in het dromerige hallucinerende Lahamaïde, waarbij Myrddin een rotsachtige oneffen zijweg bewandeld en de nodige lastige melodieuze obstructies trotseert. Een spannende herbewerking van de meer sobere versie die op zijn debuutplaat Imre verschijnt. Ook het daarvan afkomstige gejaagde Cassavus mist nu wel die onheilspellende cello van Marijke Gonnissen en de zware contrabas van broerlief Dajo De Cauter, en ondanks de genialiteit van Myrddin is hij niet geheel in staat om dit alleen te vervangen. Mielandre is eerder in een lange uitgewerkte versie terug te horen op Lucía Nieve. De verstillende dramatiek is vervangen door een lichtere meer uptempo variant. Het levert in ieder geval genoeg interessant materiaal op, waardoor er reikhalzend wordt uitgekeken naar de laatste twee hoofdstukken van dit geweldige schouwspel.



  1. Longhin
  2. Renato
  3. Mistrau
  4. Lahamaïde
  5. Mielandre
  6. Inyinya
  7. Cassavus