×

Recensie

Rock

01 maart 2022

Marillion

An Hour Before It's Dark

Geschreven door: Marcel Hartenberg

Uitgebracht door: Ear Music

An Hour Before It's Dark Marillion Rock 5 Marillion – An Hour Before It’s Dark Written in Music https://writteninmusic.com

Poehee. Die uitspraak van Tommie uit Sesamstraat past wel bij het beluisteren van het nieuwe album van Marillion. De band hoeft zich zelf niet meer te bewijzen en is een vaste waarde binnen de progressieve rock met zo nu en dan meer dan fijn aansluiten op pop in hun muziek. Toch knalt dit album strak uit de speakers en voelt het alsof de band gretiger is en gedrevener nog dan tijdens de al bepaald niet misselijke voorganger F.E.A.R.. De band schuwt het niet om kritisch naar de wereld te kijken, kritisch te kijken naar hoe wij met de wereld en met elkaar omgaan én dat mee te nemen in hun muziek en in hun teksten. Vanouds is dat iets waar de band bekend om staat en wat de band eerder al liet horen in nummers als Forgotten Sons, White Russian, het meer recente Gaza en het overgrote deel van F.E.A.R.

Als je de band op de voet volgt, dan heb je het onthullingsproces van het album meegemaakt. Van de songtitels, de duur van de nummers tot het hoesontwerp. En dat allemaal terwijl de band hun ‘Light At The End Of The Tunnel’-tour voorbereidde en, en passant, nog even als eerste band ter wereld, hun fans vroeg om de voorfinanciering op zich te nemen van de verzekering van die tour. Immers, met corona als achtergrond waren de omstandigheden zomaar anders en waren de gevolgen van het oplopen van corona door een van de bandleden niet te overzien. De band benaderde de fans om te helpen en het idee van ‘Lightsavers’ was geboren. Progressief dus ook in hoe de band zich presenteert, hoe ze aan de weg blijft timmeren. Maar enfin, deze recensie gaat over de muziek.

Ook nu weer is de stem van Steve Hogarth het vocaal middelpunt, afwisselend krachtig en kwetsbaar. De steeds strakke ritmetandem van Pete Trewavas op bas en drummer Ian Mosley vormen de almaar stuwende motor achter het geluid. Mark Kelly veranderde door de jaren heen zijn ragfijne twinkelende spinnendraden van aaneengeregen toetsenriedels op de eerste albums naar sfeervolle breed uitwaaierende klankbeelden als achtergronden bij een film. En meestergitarist Steve Rothery weet als geen ander zijn partijen in dienst te stellen van de muziek. Zijn spel is ook nu weer dienstbaar aan de muziek, maar het moet gezegd: we mogen nu weer op meer momenten genieten van de solo’s van de maestro. De fans van de band weten het en voelen het telkens als Steve er een bloedstollend mooie solo tegen aan mag gooien: dan zit je op dit album gebeiteld. Liefhebbers van het gitaarwerk van Steve komen dan ook volledig aan hun trekken, in solo’s en in prachtige begeleidende partijen.

Het album opent met het nummer dat de band al als voorafje vrij heeft gegeven: Be Hard On Yourself. Met prachtige inzet van Choir Noir dat we meer horen op dit album. Over onze consumptiemaatschappij en de impact op het klimaat én met de dringende oproep om toch echt bewust te kiezen voor minder: “Be hard on yourself. You’ve been spoilt for years.” De zinsneden: “The monkey wants a new toy and that’s all that it knows. Cause of death: lust for luxury, cause of death: lust for luxury, cause of death: consumption.” geven dat ook nog eens aan. En er is niet veel tijd meer om dat te doen. Slechts een uur voor het donker wordt. Overdrachtelijk. Maar nadrukkelijk ons als luisteraars aansprekend. Om te overleven moeten we veranderen. Nu.  Wij. Moeten. Veranderen. Hard zijn voor ons zelf. Niet er omheen draaien, niet zwelgen in onze luxe, niet steeds meer en meer, niet meer ons gemak op de eerste plaats. Wees hard voor jezelf. De band klinkt militant in dit nummer dat toch gewoon de grens van negen minuten overschrijdt. Ja zeker, het nummer heeft een fraaie opbouw zoals we van de band gewend zijn, in drie delen te duiden én met meerdere instrumentale accenten. Fraaie toetsen van Mark, de bas van Pete ons bijna straffend, stuwend, knorrend, grommend en donderend op de achtergrond en een erg vrij spelende Ian Mosley op de drums. Alsof hij met zijn sticks de boodschap extra kracht wil bijzetten. Dat alles onder de bezielende begeleiding van Steve Rothery die zijn gitaar hier voor het eerst de sporen mag geven. Als voorafje zet de band meteen heel strak in. Visitekaartje afgegeven, zeker, en laten horen dat je als band relevant bent. Urgent. Tegen de tijdgeest in, tegen het consumentisme in en tegen onze eigen geest in. De band doet het niet met sarcasme maar gewoon duidelijk uitgesproken. Als je het nummer voor het eerst hoort bij beluistering van het album in zijn geheel, gun jezelf dan ook de overdondering. En luister ook goed naar de subtiliteiten die het nummer biedt in de verschillende instrumentale partijen, zoemende bas, speelse en ook donderende gitaar, zeer afwisselende toetsen, stuwende drums: er gebeurt veel in het nummer én de vrijheid waarmee de hele band klinkt, maakt dat het nummer een heel andere sound heeft dan de nummers van F.E.A.R. al zou het qua thema niet misstaan hebben op dat album. Het is eenvoudigweg een erg sterke opener.

Reprogram The Gene begint instrumentaal en heel ingetogen. Maar dan valt de volle band in én Steve Hogarth klinkt getergd, verre van murw, eisend, claimend. Anders dan anders. Militant. Met gezag zichzelf en ons aansprekend. Hij begint meteen aan een lijst van wensen van wat hij (lees: wij) wel allemaal niet zou willen, wat of wie hij (wij) zou willen zijn. Hij gaat de confrontatie aan tussen  wat wij willen én hoe wij er tegelijkertijd voor zorgen dat alles wat we willen juist ook ertoe kan leiden dat er geen wereld meer is om dat allemaal op mee te maken, uitgestorven als laatste diersoort. Is er iets aan te doen? Kunnen wij ons zelf bijsturen? Hoe komen we daar? Wat moeten we daarvoor doen? Wij denken dat we alles kunnen oplossen maar juist door “onze” manier van oplossingen vinden, zien we bloemen en bijen verdwijnen en gaat de hele wereld er simpelweg aan. We moeten ons dus zelf zien op te lossen, daar zouden we slim genoeg voor moeten zijn, maar is er wel een oplossing voor hoe we zijn? Een mooi nummer, wederom met de gitaar van Steve in een fraaie rol en met een vleug van hoop als we allemaal al eens bewust kiezen om ‘friend of the earth’ te zijn. En dan dus misschien met minder behoefte aan vriendschap met ons eigen gemak.

Only A Kiss is opeens een korte instrumental in het album die mooi een bruggetje slaat naar Murder Machines dat met zijn basloopje onwillekeurig de herinnering oproept aan Power van Sounds That Can’t Be Made. Het is tegelijkertijd een duidelijk ander nummer waarin beide Steves een hoofdrol hebben: Hogarth met prachtige gepassioneerde zang en Rothery met een bruisende gitaarpartij. Er zit een drive in het nummer die maakt dat je aan alles voelt dat dit live de nodige impact gaat hebben. De sfeer die het ademt doet ergens denken aan de jaren Achtig van de vorige eeuw, qua basloop, toetsen en effecten en qua gitaarloop, maar dan niet aan de sound van de band uit die jaren, maar denk dan aan de gitaargeoriënteerde bands uit de new wave. Hier is overduidelijk Marillion aan het werk, maar het gevoel brengt je dicht naar de geluidsmuur die sommige new wave bands in die jaren aan de dag legden. En met verwijzing naar de instrumental in de tekst. Hoe heerlijk is het om zowel Mark Kelly als Steve Rothery hier het nummer naar het slot te horen brengen? Top!

The Crow And The Nightingale is een nummer dat zich weer laat leiden door beide Steves. Het heerlijke en bijna hemels koor, zo klinkt het, opent het nummer en vervolgens klinken er lieflijke pianoklanken, erg fraai van Mark, die al snel gezelschap krijgen van de gitaar van Steve Rothery. Het is een nummer dat zich langzaam aan de luisteraar ontvouwt en waarbij Steve Hogarth mooi verhalend zijn zanglijnen inzet. Mooi dus ook hoe het nummer, een eerbetoon aan Leonard Cohen, zich ontvouwt. Voor de liefhebbers van verhalende nummers als This Strange Engine, Fantastic Place en Ocean Cloud, qua beleving in de opbouw. Vanzelfsprekend minder tempowisselingen dan in die nummers omdat het qua duur niet zo lang is, maar ook hier weer mag de maestro zijn gitaar tevoorschijn toveren naar het einde toe en er klinkt dus ook weer zo’n typisch onvergetelijke Rothery-solo. De Marillion-aanhangers weten dan genoeg. Het is een nummer waarin Steve Hogarth helemaal tot zijn recht komt en waar violen en cello het geluid van de band warm omkleden; zeer, zeer fraai.

Sierra Leone gaat net niet voorbij de grens van elf minuten en ook hier is de opening rustig. Wederom een nummer met een heerlijke opbouw. Je mag er voor gaan zitten, je mag je buigen over de vraag hoe de band het nummer heeft samengesteld, maar wat opvalt is dat de opbouw van het nummer vloeiend is. Waar de reflectie op sommige nummers soms was dat ze erg aanvoelden als knip- en plakwerk, iets waar de band ook niet voor wegliep, voelt dat bij Sierra Leone helemaal niet zo. Het is genieten van de verhalende zanglijnen van Steve Hogarth, andermaal maatschappijkritisch. Deze keer een lied dat verhaalt over de werkelijkheid van bloeddiamanten. Het is een heerlijk fraai uitgesponnen nummer dat de Marillion-liefhebber zeker zal aanspreken. Ga het ontdekken, ga het luisteren. Dat is eigenlijk de boodschap voor het hele album.

Ja en dan, dan hebben we nog de uitsmijter te gaan. Marillion sluit het album af met Care en trekt daar een stief kwartiertje voor uit. De band is niet zo van de niemendalletjes, dat was al bekend. Heerlijk stoeiend en experimenterend met dansbare klanken en weer een verwijzing, qua zanglijnen en muziekgevoel, naar de jaren Achtig en de ook hedendaags nog actieve overblijvers van de new wave scene. Hier zit die beleving deels ook in de zanglijnen en basloopjes. Het is niet één op één een vergelijking, het heeft alles te maken met de sfeer. Ook dit is weer een nummer dat zich fraai ontwikkelt en in die opbouw toont de band zich op dit album absolute grootmeesters. Het gevoel van knip- en plakwerk is er op dit album niet en, als er overgangen zijn tussen stukken, dan voelt het anders, natuurlijker. Niet gemaakt, maar alsof de nummers in een organische flow tot stand zijn gekomen. Care brengt de band dichtbij, van het ondergaan van een intensieve behandeling, het in de ogen kijken van de dood, wat dat met je als mens doet, naar de immense betekenis van zorg. De emotie die de stem van Steve in dit nummer draagt, in een tekst die deels gebaseerd is op eerstehands ervaringen in het leven van een van zijn vrienden, dit nummer, beluister het gewoonweg maar. En neem de tekst er maar bij. Al vind je teksten misschien niet het belangrijkst, in dit nummer is de tekst wel een integraal onderdeel van de beleving. Het nummer, met zijn prachtige finale en het koor daarbij, het is helemaal af. Om er stil van te worden, zo ontroerend mooi.

De band durft zichzelf te zijn. De band durft te experimenteren. Er is meer vrijheid in de muziek dan op de vorige twee albums en het lijkt alsof de band vrijer speelt. De grotere rol van de gitaar van Steve Rothery valt op, maar het is vooral het geheel van het album waarin de band zichzelf meer ruimte lijkt te geven. De bas van Pete Trewavas horen we nadrukkelijker en er zijn tal van accenten die Mark Kelly zet die meer ontdekking met zich meebrengen en waarvan je er, zeker in een aantal luisterbeurten al de nodige kunt ontdekken. De band klinkt zowel meer ontspannen als meer energiek. Er is meer ruimte voor verschillende tempo’s en Steve Hogarth heeft zanglijnen die hem in zijn zang meer afwisseling geven, meer ruimte lijken te geven dan op de vorige albums. Niet dat Steve’s zanglijnen ooit als saai bekend stonden, maar hier, de ruimte in de zang van Steve over het hele album geeft het album iets extra’s. F.E.A.R. scoorde hoog als album, maar was ondanks zijn pracht misschien wel een meer voor de hand liggend album dan An Hour Before It’s Dark. Ja, het album ademt onmiskenbaar Marillion in alle nummers, maar het is erg ongedwongen. Meer dan je misschien zou verwachten, zeker op basis van de vorige albums.

Het album is een prachtige reis voor Marillion-liefhebbers die hun favoriete band op dit album eindelijk weer eens met nieuwe muziek mogen horen en die de band in een wat meer experimentele stand vinden. Hoe het is voor nieuwkomers, deze nieuwe release? Durf het maar aan, stap er maar in. De band rockt, is daarnaast subtiel, is kwetsbaar, wisselt af, in opbouw van nummers, in tempo’s en is vooral op dit album heel duidelijk en ‘in your face’. Het werd tijd voor nieuwe muziek van Marillion en het voorafje was al veelbelovend. Dat het album zó sterk uitpakt, dat kon je na het voorafje nog niet 1-2-3 bedenken. Dit album, nee, het levert geen overall instant herkenning of bevrediging. Het is mooi dat het album tijd vraagt om te groeien, neem de tijd dan ook om het te leren waarderen. Hier gaat het album opnieuw rondjes draaien, het is voorlopig nog niet donker. Sterker, dit is een erg fijn en verlichtend album. De tijd zal leren of het album ook als absoluut tijdloos meesterwerk gezien kan worden. Daar zit het hoe dan ook zeer, zeer dichtbij! De band heeft het zich niet makkelijk gemaakt en heeft zichzelf zeer overtroffen. Jazeker, het is een album dat de volwassenheid van de band laat zien, maar in plaats van ten prooi te vallen aan een herhalen van zetten, laat de band zien dat je ook als je al wat langer meegaat als band nog kunt verrassen en een album kunt maken dat gewoonweg vol binnen komt en dat inspireert, dat fascineert, dat vervoert, dat ontroert. En dat doet An Hour Before It’s Dark. Kortom: “Strap in, get ready, foot down, push the button, blow it all up, blow it all up.  Paint a picture, sing a song, plant some flowers in the park. Get out and make it better… You’ve got an hour before it’s dark.” Meesterlijk, magistraal, Marillion.

 



  1. Be Hard On Yourself
  2. Reprogram The Gene
  3. Only A Kiss
  4. Murder Machines
  5. The Crow And The Nightingale
  6. Sierra Leone
  7. Care