×

Recensie

Jazz

18 maart 2022

Brad Mehldau

Jacob's Ladder

Geschreven door: Dick Hovenga

Uitgebracht door: Nonesuch

Jacob's Ladder Brad Mehldau Jazz 4.5 Brad Mehldau – Jacob’s Ladder Written in Music https://writteninmusic.com

Wat fascinerend onnavolgbaar is de output van Brad Mehldau toch! Weliswaar begin jaren negentig bekend geworden binnen de jazz wisselt de Amerikaanse pianist decennia lang pure jazz platen altijd af met albums die naar uitdagende pop, vernieuwend klassiek dan weer naar elektronica trekken. Zijn liefde voor muziek die veel verder gaat dan jazz komt ook op zijn nieuwe album in volle glorie binnen.

Op Jacob’s Ladder herbeleeft Mehldau de muziek van zijn jeugd. Natuurlijk op zijn eigengereide onvoorspelbare manier. Als tiener zat Mehldau volledig in de progrock (progressive rock), muziek die perfect aansloot op zijn liefde voor de fantasy en science-fiction boeken van C.S. Lewis. Progrock bleek tevens zijn opstap naar de jazz en dan vooral de fusion die door Miles Davis, Weather Report en Mahavishnu Orchestra naar een groot jazzpubliek werd gebracht.

Jacob’s Ladder is Mehldau’s manier om de muziek van zijn jeugd een nieuwe plek te geven en de invloed die die muziek op zijn latere muzikale carrière had te duiden. Het is een heel moedige stap omdat over het algemeen proggers net zo conservatief en puristisch kunnen zijn als jazzers en ze bakenen hun genres hermetisch af. Als jazz muzikant blijft je van dat ‘minderwaardige’ prog af, als progrocker moet je vooral niet te ‘intellectueel jazz’ worden. Tenminste, dat zegt een groot gedeelte van het jazzpubliek en zeggen nog veel meer jazz journalisten. Conservatisme ligt bij het publiek en pers, gelukkig bij de meeste muzikanten niet.

Mehldau kent, zoals we dat al decennia lang weten, geen heilige huisjes. Hij pakte voor Jacob’s Ladder progrock klassiekers als Tom Sawyer van Rush, Cogs in Cogs van Gentle Giant en Racecar van Periphery op, keert ze om, en trekt ze onnavolgbaar naar zich toe. Noem het vrije jazz, noem het wat je wilt, Mehldau flikt het om er iets nieuws  en tijdloos anders van te maken.

In drummer Mark Guiliana heeft hij de afgelopen jaren zijn ideale muzikale metgezel gevonden. Sinds de mannen als Mehliana in 2014 samenwerkten probeert Mehldau bij elk van de pure jazz afwijkend project Guiliana er optimaal bij te betrekken. De muzikanten hebben een weergaloze chemie die groot spelplezier, fabelachtige  techniek en de absolute drive om te verrassen en veroveren samenbrengt. Wat deze twee muzikanten als ‘bandgeluid’ produceren is onnavolgbaar.

Eigenlijk weet je al bij de openingstonen van het album dat dit wederom een intrigerende muzikale trip gaat worden. Onder de zang van Luca van den Bossche die een strofe van de tekst van Tom Saywer zingt en die als een loop blijft herhalen, bouwen Mehldau en Guiliana een intrigerende improvisatie op die fascinerend opbouwt.

Met het daarop volgende Herr und Knecht trekken Mehldau en Guiliana dan op overtreffende wijze door. De compositie is robuust, vrij, ruw, druk, imposant en imponerend terwijl deze ook schuurt. Herr und Knecht, kraurock meest dwarse/vrije jazz, knalt er gelijk heerlijk dwars overheen. Mehldau en Guiliana op de overdrive en wat een groots genot is dat. Wonderlijk hoe zo’n donker klinkende track met zoveel spelplezier de hoogte op wordt gestuwd.

Als Mehldau dan op het daarop volgende (Entr’acte) Glam Perfume klassiek en kalm inzet komt de emotie net zo hard binnen. Knap trouwens hoe de compositie van de lieflijke openingsklanken daarna prachtig ontspoort met geluidseffecten en wervelende muzikale vondsten. Je voelt, nog maar drie composities op weg, dat Jacob’s Ladder wederom zo’n muzikale trip gaat worden waar Mehldau patent op heeft.

Met het drieluik Cogs in Cogs (Dance, Song en Double Fugue) neemt Mehldau de Gentle Giant compositie van hun album The Power and The Glory uitgebreid onder handen. Waar de originele versie maar ruim 3 minuten telt, trekt Mehldau deze in drie imposante fases op, bouwt er een eigenzinnige versie uit op. Met Becca Stevens in het tweede deel als groots zingend middelpunt. Mehldau bouwt de GG-compositie uit tot een indrukwekkende nieuwe standaard.

Mehldau’s versie van Tom Saywer van Rush is daarna één van de onwaarschijnlijke hoogtepunten van het album. Onwaarschijnlijk omdat die klassieker gewoonweg niet te coveren lijkt/leek. Maar Mehldau en Guiliana (de man die het gewoon durft om Neil Peart naar de kroon te steken…) flikken het met een lekker dwarse versie.  In eerste instantie volgen ze, samen met Chris Thile, die de zang van Geddy Lee overneemt, nog de originele lijnen met de zang van Luca van den Bossche, net als in de opening van het album, als refrein-leidraad.

Net als in het origineel is het vervolgens de synthesizerlijn die Geddy Lee oppakt ook voor Mehldau om, gedreven door Guiliana, die vrije weg in te slaan die je hoopt dat de song in de handen van deze muzikanten zal krijgen. Ronduit fenomenaal hoe diep en vet de mannen doortrekken. Geweldig ook hoe Joel Frahm op sopraan- en tenorsax de vrijheid nog maar eens een extra push geeft. Als de muzikanten dan weer terugkomen op het thema en Thile niet alleen zingend maar ook mandoline spelend erbij komt voelt dit al net zo weldadig aan.

Prachtig is ook Mehldau’s bewerking van Periphery’s Racecar, waarvan de tekst door gitarist Pedro Martins in het Portugees gezongen wordt als Vou correndo te encontrar. De song krijgt daardoor een volledig andere lading. Startend en eindigend als een Latijnse interpretatie heeft deze versie een rijk gelaagd tussenstuk waarin Mehldau, als eenmansband met dat ongelooflijke arsenaal aan toetsen en sythesizers, alle registers opentrekt.

Het drieluik Jacob’s Ladder (Liturgy, Song en Ladder), in dit geval verrassend genoeg niet terug te voeren naar heldenband Rush en de magnifieke song met dezelfde titel van hun album Permanent Waves uit 1980 waar ook Tom Saywer vanaf komt, heeft de diepere spirituele lading van Jacob’s Ladder als thema. Mehldau’s zoektocht in religie, naar de God die het beste bij hem past. Met de ladder die de Bijbelse Jacob in een droom naar God en de hemel leidt als metafoor voor de levensweg die we gaan.

Startend met een kinderstem, de kinderlijke onschuld, trekt de zoektocht, ‘die ons dan weer ver weg van Hem later weer dichterbij Hem brengt’ aan ons voorbij. Jacob’s Ladder is een fascinerende, volledig onvoorspelbare, muzikale schatkist aan invloeden. Mehldau, voor een groot gedeelte weer opererend als eenmansband, duwt dik de improvisatie in, waarop Guiliana dan weer fabuleus inspeelt.

Vooral het tweede gedeelte van de suite, Song getiteld, is van een buitengewone schoonheid in avontuur. Met het desoriënterende slot Ladder, waar Mehldau ons ingenieus laag na laag met tekst en zanglagen een bizarre wereld intrekt, komt het de in vier delen opgesplitste Heaven als een weldaad over. Opgedeeld in All Once, Life Seeker, Wurm en Epilogue: It Was a Dream But I Carry It Still is de titeltrack een imposante muzikale gebeurtenis waarin Mehldau zijn muzikale jeugd in een fascinerende, rijk gelaagde, progrocksong, vertaald heeft. (Benieuw of Steven Wilson, de hedendaagse heerser binnen de prog, hier stiekem niet heel jaloers op is).

Jacob’s Ladder is een Brad Mehldau album als geen ander. Nog maar drie jaar na het meesterlijke Finding Gabriel is Jacob’s Ladder alweer zo’n hoogtepunt in zijn oeuvre. Juist doordat Mehldau zijn volledig eigen muzikale weg gaat maakt dat met de jaren zijn albums alleen maar uitdagender worden en zijn oeuvre indrukwekkender. Het uitdagende Jacob’s Ladder is daar een fantastische aanwinst op.



  1. maybe as his skies are wide
  2. Herr und Knecht
  3. (Entr’acte) Glam Perfume
  4. Cogs in Cogs, Pt. I: Dance
  5. Cogs in Cogs, Pt. II: Song
  6. Cogs in Cogs, Pt. III: Double Fugue
  7. Tom Sawyer
  8. Vou correndo te encontrar / Racecar
  9. Jacob’s Ladder, Pt. I: Liturgy
  10. Jacob’s Ladder, Pt. II: Song
  11. Jacob’s Ladder, Pt. III: Ladder
  12. Heaven: I. All Once — II. Life Seeker — III. Würm — IV. Epilogue: It Was a Dream But I Carry It Still